Doordat steeds meer woningcorporaties woningen verkopen aan huurders, onstaan er meerdere groepen gebruikers binnen één woongebouw. Behalve hun belangen, zijn ook hun rechten ongelijk. Dit zorgt voor juridische knelpunten.

De overheid stimuleert de verkoop  van woningen aan huurders om een goede doorstroming van relatief goedkope woningen te bewerkstelligen. Waar een woongebouw vroeger één eigenaar had, ontstaan er nu meerdere gebruikers en eigenaren. Mechteld van der Vleuten, promovenda bij de Open Universiteit, deed onderzoek naar de hierdoor onstane verschillen op het gebied van rechtspositie.

Volgens Van der Vleuten onstaan er conflicten bij gelijktijdige toepassing van het appartementsrecht en het huurrecht in gemengde complexen. Zij onderzocht de balans tussen de belangen van de eigenaars (grooteigenaar en particulier) en de huurders. 

Vereniging van Eigenaren

Het naleven van de regels van de Vereniging van Eigenaren (VvE) is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend. Huurders zijn geen eigenaren en hebben in principe geen toegang tot de vergaderingen van de VvE. 

Er bestaat een verschil tussen de belangen van huurders en van eigenaren, maar ook tussen particuliere eigenaren en groot-eigenaren (woningcorporaties). De groot-eigenaar heeft in veel gevallen een meerderheid van de stemmen en kan de besluitvorming van de VvE daardoor sterk beïnvloeden.

Toch hebben genomen beslissingen vaak betrekking op de situatie van de huurders en de particuliere eigenaren. Oog houden voor de verschillende bewonersgroepen blijkt belangrijk. Als de vergaderpunten van de VvE bekend zijn en huurders een kans krijgen om hierop te reageren, kan dat het onderlinge begrip en de relatie verbeteren.  

De belangrijkste conclusie van Van der Vleuten is dat veel knelpunten kunnen worden opgelost door betere kennis en informatie-uitwisseling. De betrokkenheid van de huurders speelt hierbij een grote rol.