Gemeenten willen in 2017 bijna 3,9 miljard euro aan onroerendezaakbelasting (ozb) heffen.

Dat is een stijging van 2,5 procent ten opzichte van vorig jaar, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

De ozb op woningen levert alle 388 gemeenten samen naar verwachting ruim 2 miljard euro op, terwijl de ozb op kantoren, winkels en bedrijfspanden ruim 1,8 miljard euro oplevert.

Grote gemeenten

De vier grote gemeenten innen 584 miljoen euro van de 3,9 miljard euro. Rotterdam int in 2017 de meeste ozb, namelijk 236 miljoen euro. Amsterdam staat op de tweede plek met 167 miljoen euro. Utrecht en Den Haag halen respectievelijk 96 miljoen euro en 85 miljoen euro op.

De ozb op niet-woningen speelt vooral in de vier grote steden een grote rol. Iets meer dan een vijfde van de opbrengst van alle ozb-heffingen op kantoren, bedrijfspanden en winkels wordt opgehaald door Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Industrie

Ook in een aantal kleinere gemeenten levert de ozb op niet-woningen relatief veel op. Dit zijn bijvoorbeeld gemeenten met veel industrie of havens, zoals Moerdijk en Eemsmond.

In het algemeen geldt echter dat het vooral de kleine gemeenten zijn die relatief veel ozb op woningen innen. Het Limburgse Onderbanken is wat dit betreft koploper, hier komt 87 procent van de ozb-opbrengst uit woningen.

Vereniging Eigen Huis (VEH) heeft berekend dat huiseigenaren dit jaar gemiddeld 1,88 procent meer kwijt zijn aan ozb dan in 2016. Een aantal gemeenten houdt zich volgens de organisatie niet aan een collectieve afspraak met minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) om de ozb met met maximaal 1,97 procent te laten stijgen.