De regionale verschillen in huizenprijzen zijn weer toegenomen. Tussen de hoogste en de laagste gemiddelde verkoopprijs zat vorig jaar een verschil van bijna 522.000 euro.

In de drie voorgaande jaren was het verschil nog kleiner dan 500.000 euro, blijkt dinsdag uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster.

In Bloemendaal was de gemiddelde verkoopprijs in 2016 het hoogst. Het ging om een bedrag van 650.000 euro. In Pekela was het gemiddelde bedrag met 128.000 euro het laagst. Pekela heeft al vier jaar op rij de laagste gemiddelde verkoopprijs.

In 2008 bestond er nog een verschil van 695.000 euro tussen de goedkoopste en de duurste gemeente. In dat jaar was het gemiddelde in Bloemendaal eveneens het hoogst. De gemiddelde verkoopprijs kwam uit op 873.000 euro. Het Groningse Reiderland bungelde onderaan met een gemiddelde van 143.000 euro.

Duurste woningen

In Bloemendaal, Laren, Blaricum, Wassenaar en Rozendaal werd vorig jaar gemiddeld meer dan een half miljoen euro betaald voor een koophuis. In 2015 viel Rozendaal met 494.000 euro net onder die grens.

In zeven gemeenten waren huizenkopers in 2016  gemiddeld minder dan 150.000 euro kwijt aan een koopwoning. Het ging om Pekela, Delfzijl, Veendam, De Marne, Oldambt, Kerkrade en Brunssum.

Een jaar eerder gold dit nog voor dertien gemeenten. Deze plaatsen zijn vooral in Groningen, Friesland en Limburg te vinden.