De tijd dat een koophuis automatisch in een periode van tien jaar geld oplevert voor de eigenaar, is voorbij.

Dat is de belangrijkste conclusie uit een zondag gepubliceerd rapport van ING over de Nederlandse huizenmarkt.

Het komende decennium zal de gemiddelde huizenprijs met 2 procent per jaar stijgen, is de verwachting van de bank. Ter vergelijking: de afgelopen 45 jaar stegen de huizenprijzen jaarlijks met gemiddeld 5,3 procent.

"Als je nu een huis koopt, moet je je realiseren dat het over tien jaar ongeveer evenveel waard is dan als je er nu voor betaalt", zegt Marieke Blom, hoofdeconoom bij ING.

Dat is een trendbreuk met het verleden toen een koopwoning op termijn nog een gegarandeerde winst opleverde. Blom: "ING geeft hiermee ook een signaal af: koop een huis voor woongenot, niet vanwege een renderende investering."

De totale aanschafkosten van een huis (kosten koper), verbouwingen en het feit dat geld op den duur in waarde daalt (inflatie), zullen over een periode van tien jaar ongeveer evenveel bedragen als de waardestijging van een huis.

Oorzaken

Aan de teruggelopen prijsstijging liggen verschillende redenen ten grondslag, zegt Blom. Zo loopt de groei van het aantal huishoudens terug. "De komende tien jaar stijgt het aantal huishoudens nog wel met 7 procent, maar dat is veel lager dan het groeitempo in bijvoorbeeld de jaren zestig van 30 procent."

Ook ziet ING het gemiddelde inkomen van huishoudens de komende tien jaar minder hard groeien (zo'n 2,5 procent) vergeleken met de afgelopen decennia (zo'n 3,5 procent).

Dat de groeipercentages van de huizenprijzen en huishoudinkomens weer bij elkaar komen te liggen, is in de ogen van de ING-econoom een goed teken. Een losgezongen verhouding zorgt volgens Blom voor lucht in de markt.

"De huizenmarkt klapt nu niet plotseling in elkaar, we zien meer dat de prijsstijgingen geleidelijk aan afnemen. Een huis kopen is lang niet voor iedereen en overal een goede investering meer", aldus Blom.