In Westerse landen zijn mensen die op het platteland wonen doorgaans gelukkiger dan in de stad.

Dat vertelt onderzoeker Martijn Burgers aan Het Parool. Burgers is wetenschappelijk directeur van het Erasmus Happiness Economics Research Organisation in Rotterdam.

"Steden in het Westen zijn voor mensen belangrijk vanwege werk, maar worden ten opzichte van het platteland ook als drukker, vuiler en onveiliger beschouwd. Bovendien voelen relatief veel mensen zich in de stad eenzaam", zegt Burgers.

In grote steden als Berlijn en Rome zijn mensen minder gelukkig dan in kleine steden. Volgens Burgers heeft dit voor een deel te maken met toeristendrukte. "En kleine steden hebben vaak minder geesteszieken, minder alleenstaanden, minder arme inwoners en minder veiligheidsproblemen. Zo zijn Apeldoorners, Bosschenaren en Emmenaren gelukkiger dan Hagenaren, Rotterdammers en Amsterdammers."

In niet-Westerse landen is het andersom: daar zijn juist stadsbewoners het gelukkigst. "Dat kan daar heel goed te maken hebben met de mogelijkheden voor werk en daarmee de kans op een hogere welvaart."

Geluk is subjectief, maar door jarenlang onderzoek zijn er trends te ontwaren. Het geluksniveau wordt vaak gepeild aan de hand van werk en inkomen, de nabijheid van familie en vrienden, gezondheid, vrijheid en persoonlijke waarden.