HINTERZARTEN - Mark van Bommel voetbalde zondag zijn eerste wedstrijd op een wereldkampioenschap. Hij won met het Nederlands elftal met 1-0, van Servië en Montenegro. Het was een glansrijk debuut op het hoogst denkbare podium. Van Bommel speelde goed, maar kon na afloop maar nauwelijks genieten van de overwinning. Daarvoor deed zijn knie te veel pijn.

Het gewricht zorgde voor een vreemde contradictie. "Als je ergens last van hebt, speel je op één of andere manier altijd beter."

Dat Van Bommel actief is op het wereldkampioenschap in Duitsland is gezien zijn voorgeschiedenis bij het Nederlands elftal geen vanzelfsprekendheid. Precies een jaar geleden verbande Marco van Basten hem uit de selectie, na een slechte wedstrijd tegen Roemenië.

Op 8 juni speelde Nederland nog tegen Finland - maar daar was hij niet meer bij. Toen zijn vriend Theo Lucius in de 26e minuut geblesseerd raakte, keek hij ook de rest van de wedstrijd niet meer. Hij belde met Lucius. Buiten, zodat hij niets meer van het duel zag.

Ongemakkelijk

In die periode voelde de middenvelder zich lang niet altijd op zijn gemak. Als Oranje speelde, vertrok zijn ploeggenoot Giovanni van Bronckhorst. Net als veel van de andere spelers van Barcelona. Bijna allemaal zijn ze international en waaierden ze in zo'n week uit over de wereld. Van Bommel niet. Die bleef achter in de Spaanse stad.

"Dat waren moeilijke momenten. Giovanni vertrok en ik bleef achter, samen met de rest van de overblijvers. Zat je er met acht van de 28 spelers. Dat was echt niet makkelijk. Maar aan de andere kant was het ook wel weer fijn. Barcelona speelt in een jaar bijna 70 wedstrijden en dan is het prettig als je af en toe je rust kunt pakken. Ik kon er ook niets aan doen dat ik er niet bij was. Het was de keuze van de bondscoach. Het gaf wel veel voldoening toen ik erweer bij was."

Vertrouwen

Toch spreekt Van Bommel niet over trots als het gaat over zijn rentree in Oranje. "Daar heb ik echt geen tijd voor. Ik heb wel altijd vertrouwen gehad dat het goed zou komen. Ik handhaafde me bij Barcelona. Ik werd beter en ontwikkelde me."

Evenmin voelt Van Bommel zijn rentree in het Nederlands elftal als het behalen van zijn gelijk. "Zo moet je dat niet zien. Als je er zo naar kijkt dan ga je verslappen. Dan denk je dat je er al bent."

Beste interland

In het eerste duel op het WK in Duitsland speelde Van Bommel misschien wel zijn beste interland. Hij voetbalde tegen Servië en Montenegro dwingend. "Je merkt dat aan kleine dingen", aldus de middenvelder. "Ik bediende Arjen Robben soms met de buitenkant van mijn schoen. Als ik me niet goed voel, doe ik zoiets niets."

De vete van een jaar eerder was verdrongen. Van Basten had achteraf ook wel gelijk, zei Van Bommel. "Ik ben bij Barcelona een andere speler geworden. Als ik bij PSV de middenlijn overstak, kreeg ik meteen de bal. Daar sprak vertrouwen uit.

Bij Barcelona is dat anders. Daar staan drie hele goede aanvallers en moet ik dienend spelen. Net als bij Oranje. Ik ben écht een betere voetballer geworden, al oogt het misschien wat minder spectaculair."

Alert

Van Bommel was de laatste weken alert in het trainingskamp. Hij mocht van Van Basten vanwege de Champions Leaguefinale later komen in de voorbereiding, maar wilde dat niet. De missie was het WK en daar wogen een paar vrije dagen niet tegenop. In de voorbereiding speelde hij prima, tot hij een dag voor de eerste wedstrijd een tik op zijn knie kreeg.

"Een rotmoment", aldus Van Bommel. Toch speelde hij en hield het ruim een uur vol. Prima minuten, waarin hij zijn beste vorm benaderde. Maar de kneuzing op het bot in zijn knie hinderde hem uiteindelijk te veel. Van Bommel maakt zich geen zorgen voor de rest van het toernooi. "Het is een blessure die normaal gesproken niet erger wordt. Als het goed is, heb ik er vrijdag tegen Ivoorkust geen last meer van. Als de bondscoach me opstelt, kan ik spelen."