FREIBURG - De blessures bij het Nederlands elftal vallen mee. In de eerste wedstrijd op het wereldkampioenschap tegen Servië en Montenegro (1-0) vielen Joris Mathijsen (kuit) en Mark van Bommel (knie) uit met lichte kwetsuren. Ook Edwin van der Sar had last van krampverschijnselen. Maandag bleek op de training dat de blessures niet ernstig zijn. De verwachting is dat het drietal vrijdag tegen Ivoorkust gewoon kan spelen.

Van Bommel heeft sinds vorige week vrijdag last van een onwillige knie. De middenvelder kreeg op de training een tik tegen het gewricht. "Daardoor zit er vocht in mijn knie", aldus Van Bommel. "Dat zakt tijdens de wedstrijd uit, waardoor ik me niet meer helemaal vrij kan bewegen. Masseur Gerard Verwaaien heeft voor het duel met Servië en Montenegro echter knap werk verricht waardoor ik toch kon spelen."

Van Bommel

Van Bommel kreeg voor het duel ook medicijnen. "Het was gewoon een vervelend moment om twee dagen voor het eerste WK-duel een tikje op je knie te krijgen. Daardoor werd het een race tegen de klok. Nu zitten er wat dagen tussen tot de volgende wedstrijd en moet het normaal gesproken gewoon over zijn voor het duel met Ivoorkust."

Ook de blessure van Mathijsen vormt geen groot probleem. Hij werd zondag uit voorzorg naar de kant gehaald. "Ik voelde een soort ballonnetje in mijn kuit. Maar nu gaat het wel weer. Vrijdag kan ik gewoon spelen."

Van der Sar had in het duel in het snikhete Zentralstadion in Leipzig last van kramp in zijn kuit. Maandag werkte hij, evenals Van Bommel en Mathijsen, een aangepaste training af. Ook over zijn meespelen tegen De Ivorianen wordt niet getwijfeld.