AMSTERDAM - Het Nederlands elftal lijkt redelijk ongeschonden uit de WK-wedstrijd tegen Servië en Montenegro te zijn gekomen. Joris Mathijsen en Mark van Bommel moesten zondag met een blessure het veld voortijdig verlaten en Edwin van der Sar werd tweemaal op het veld behandeld. Toch hebben de spelers geen ernstige blessure opgelopen, zegt bondscoach Marco van Basten.

Van Bommel werd in de tweede helft vervangen door Denny Landzaat omdat hij last had van een knieblessure die hij op de vrijdagtraining in Freiburg had opgelopen. "We hadden afgesproken dat als die knie ging opspelen we hem zouden wisselen", verklaart Van Basten. "De wissel ging in overleg en was meer uit voorzorg.".

Kramp

De vrees bestond dat ook Van der Sar last had van een op de training opgelopen knieblessure. De doelman bleek echter last te hebben van kramp in zijn kuit. "Als keepers nu ook nog last gaan krijgen van kramp, dan weet ik het niet meer", grapte Van Basten.

Ballonnetje

Mathijsen ging zondag kort voor het einde van de wedstrijd van het veld, maar ook zijn blessure blijkt mee te vallen. De verdediger zegt dat er niets aan de hand is: "Twee keer voelde ik bij een afzet een soort ballonnetje in mijn kuit. Na verloop van tijd verdween het weer. Maar drie minuten voor tijd mogen we het risico van een tegengoal niet lopen. Bovendien is het toernooi nog lang. Dus dan maar een verse kracht erbij om de winst binnen te slepen."