Het winterse weer in de week van 7 tot en met 14 februari leverde niet alleen veel sneeuw- en ijspret op, maar ook ongevallen. Dat leidde in de weken daarna tot zo'n zesduizend botbreukoperaties, waarvan duizend spoedoperaties in het desbetreffende schaatsweekend zelf, blijkt vrijdag uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT).

De NVT zag op basis van een rondgang langs 23 representatieve ziekenhuizen dat er in de weken na het schaatsweekend zo'n 88 botbreuken per ziekenhuis zijn geopereerd. "Als dit voor alle Nederlandse ziekenhuizen zou gelden, komt dit neer op ruim zesduizend operaties ten gevolge van de gladheid", aldus de NVT. Dat is twee tot drie keer zo veel als gebruikelijk in die periode.

De meeste valpartijen resulteerden in gebroken polsen, onderbenen of heupen. Het ging daarbij vaak om complexe breuken, zegt de NVT. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de snelheid waarbij schaatsers op het ijs terechtgekomen zijn. In enkele gevallen maakten ziekenhuizen zelfs melding gemaakt van ernstige buikletsels.

In en kort na het schaatsweekend zelf was het al erg druk op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen, liet de NVT halverwege februari weten. Ruim 40.000 mensen meldden zich destijds bij de spoedeisende hulp.

Nederlanders genieten van voorlopig laatste schaatsdag
116
Nederlanders genieten van voorlopig laatste schaatsdag