De Nederlandse mannen hebben vrijdag bij de EK baanwielrennen nog maar eens bevestigd dat ze op eenzame hoogte staan op de teamsprint. De olympisch kampioenen prolongeerden op overtuigende wijze hun Europese titel. Bij de vrouwen was er zilver voor Nederland.

De Nederlandse mannen zijn al jaren onverslaanbaar op de teamsprint. Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland waren ook in München duidelijk de beste. Het supertrio gaf Frankrijk geen enkele kans in de finale: 34,639 om 35,516.

Het is voor Hoogland al de twaalfde Europese titel uit zijn carrière. Daarmee is de 29-jarige Nederlander ruimschoots recordhouder bij de mannen. De EK baanwielrennen worden sinds 2010 jaarlijks gehouden. Hoogland debuteerde vijf jaar later direct met drie keer goud, onder meer op de teamsprint. Hij was ook in 2018, 2019 en 2021 onderdeel van de gouden ploeg op dit onderdeel.

Lavreysen (25) en Van den Berg (33) pakten vrijdag voor de vierde keer EK-goud op de teamsprint. Samen met Hoogland werden zij ook drie keer wereldkampioen (2019, 2020 en 2021) en één keer olympisch kampioen (2021).

De Nederlandse teamsprinters hoefden sinds 2018 maar één keer een grote titel aan een andere ploeg te laten. Dat was bij de EK in 2020, toen Nederland vanwege de coronapandemie niet meedeed.

De EK baanwielrennen duren nog tot en met dinsdag, maar voor Van den Berg, Lavreysen en Hoogland zit het toernooi er al op. Hoogland en Lavreysen zijn titelverdediger op respectievelijk de keirin en de sprint, maar hebben ervoor gekozen geen individuele nummers te rijden in München. De baan in de Zuid-Duitse stad is namelijk 50 meter korter dan normaal (200 in plaats van 250 meter) en dat levert te veel risico's op richting de WK in oktober.

De Nederlandse vrouwen pakten zilver in München.

De Nederlandse vrouwen pakten zilver in München.
De Nederlandse vrouwen pakten zilver in München.
Foto: ANP

Nederlandse vrouwen raken titel kwijt aan Duitsland

De Nederlandse vrouwen raakten hun Europese titel op de teamsprint vrijdag kwijt. Kyra Lamberink, Hetty van de Wouw en Shanne Braspennincx waren in de finale niet opgewassen tegen regerend wereldkampioen Duitsland: 38,061 om 38,304.

De Nederlandse vrouwen eindigden donderdag in de kwalificaties en eerder op vrijdag in de eerste ronde ook al als tweede achter Duitsland. Het gat met het favoriete thuisland was in de finale iets kleiner, maar goud zat er niet in.

Lamberink, Van de Wouw en Braspennincx zorgden vorig jaar in het Zwitserse Grenchen voor de eerste Nederlandse Europese titel op de teamsprint voor vrouwen. Het trio was toen in de finale wel te sterk voor de Duitsers.

Bij de Spelen van vorige zomer in Tokio eindigde Braspennincx samen met Laurine van Riessen als vierde op de teamsprint. Bij de EK wordt het onderdeel sinds 2020 met drie renners gereden, hetzelfde aantal als bij de mannen.

Steffie van der Peet reed in de kwalificaties in plaats van Braspennincx en zal ook een zilveren medaille krijgen.

Hoppezak zorgt voor derde Nederlandse medaille

Vincent Hoppezak zorgde op de puntenkoers voor de derde Nederlandse medaille op de tweede EK-dag. De 23-jarige Zuid-Hollander pakte brons, net als vorig jaar bij de WK.

Hoppezak vocht in de finale van de race van 40 kilometer een spannende strijd uit met Roger Kluge om de derde podiumplek. De Nederlander hield de ervaren Duitser uitstekend in de gaten en had op de finish negen punten meer dan Kluge (113 om 104 punten).

De Europese titel ging met 135 punten naar Benjamin Thomas. De Fransman, die vorige maand bij zijn debuut in de Tour de France als 53e eindigde, is de regerend wereldkampioen. Het was zijn derde EK-goud op de puntenkoers, na 2014 en 2021. De Belg Robbe Ghys veroverde zilver (123 punten).