Mathieu van der Poel kon zondag goed leven met zijn zevende plek in de crosscountry bij de wereldbeker mountainbike in het Duitse Albstadt. Zoals wel vaker werd hij bij zijn eerste mountainbikekoers van het jaar gehinderd door rugpijn.

"Als ik begin met mountainbiken heb ik vaak wat last van mijn rug", zei Van der Poel kort na de finish in Albstadt. "Het is een zeer belastende sport en de positie op de fiets is net wat anders dan bij het veldrijden of wegwielrennen."

Van der Poel ondervond vooral hinder van zijn rug in de oplopende stukken. Hij ging in de eerste ronde nog even aan de leiding, maar viel al snel terug naar de veertiende plek. Na een inhaalrace finishte hij nog als zevende, maar de achterstand op de vier koplopers bedroeg ruim een minuut.

"Vanwege mijn rug moest ik mijn eigen tempo gaan rijden. Het leek misschien zo dat ik mezelf wat had opgeblazen in die eerste ronde, maar het kwam echt door mijn rug."

Hitte speelde geen rol volgens Van der Poel

Met temperaturen vlak onder de 30 graden was het erg warm in Zuid-Duitsland. Eerder dit seizoen had Van der Poel ook al een slechte dag in de warmte tijdens Dwars door Vlaanderen.

Toch bestreed de van origine veldrijder dat hij moeite heeft in de hitte. "Na een paar dagen ben ik daar altijd goed aan gewend. Ik wil dat zeker niet als excuus gebruiken."

De korte voorbereidingstijd was dat volgens 'VDP' wel. "Ik heb maar drie weken voor het mountainbiken getraind. Het is een inspanning van anderhalf uur die maar moeilijk na te bootsen is op de training. Om hier te winnen moet ik 110 procent zijn en dat was ik niet. Volgende week in Tsjechië hoop ik al wat beter te zijn."

Daarna verruilt Van der Poel de mountainbike weer voor de racefiets. Na een hoogtestage rijdt hij de Ronde van Zwitserland en de Tour de France, voordat hij in Tokio op de mountainbike voor olympisch goud wil gaan. "Met zo'n voorbereiding zal mijn conditie in Tokio zeker 110 procent zijn", keek hij vooruit.