Mathieu van der Poel heeft een aanvallende rol in de 73e editie van Kuurne-Brussel-Kuurne niet kunnen belonen met de overwinning. De Nederlands kampioen eindigde als twaalfde in de Belgische semiklassieker en zag Mads Pedersen naar de winst sprinten.

Van der Poel sprong op iets meer dan 80 kilometer van de finish weg uit het peloton en kreeg gezelschap van Jhonatan Narváez. Het duo ging op jacht naar de vroege vluchters, die op dat moment ruim drie minuten voorsprong hadden.

Met nog zo'n 60 kilometer voor de boeg sloten Van der Poel en Narváez aan bij de kopgroep. Van de vroege vluchters konden alleen Jonas Hvideberg, Artyom Zakharov en Patrick Gamper het tempo van de twee nieuwe koplopers volgen.

Het kwintet vooraan had op 10 kilometer van de meet nog een voorsprong van circa vijftien seconden op een omvangrijke achtervolgende groep, die in de finale toch nog de aansluiting vond. Van dit gezelschap bleek Pedersen veruit de sterkste in de sprint.

Schelling beste Nederlander

De Deen van Trek-Segafredo, die twee jaar geleden verrassend wereldkampioen werd en vorig seizoen Gent-Wevelgem won, bleef de Fransman Anthony Turgis en de Brit Tom Pidcock voor. Ook Matteo Trentin (vierde) en Greg Van Avermaet (achtste) nestelden zich in de top tien.

Ide Schelling van BORA-hansgrohe werd met een elfde plek de beste Nederlander, vlak voor Van der Poel, die zich niet kon mengen in de sprint en als twaalfde eindigde.

Van der Poel won vorige week zondag nog de openingsrit in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten, maar hij moest de WorldTour-koers een dag later verlaten nadat een staflid van Alpecin-Fenix positief was getest op het coronavirus. Hij testte zelf twee keer negatief en was geen nauw contact van het besmette staflid, waardoor hij terug naar Nederland kon vliegen.

Aanvankelijk zou de wereldkampioen veldrijden zaterdag meedoen aan Omloop Het Nieuwsblad, maar samen met de ploegleiding koos hij om in Kuurne-Brussel-Kuurne te starten. Die laatste koers is minder zwaar dan de Omloop en paste daardoor beter in zijn opbouw richting de grote klassiekers in maart en april.