Mathieu van der Poel heeft iets meer losgelaten over zijn plannen voor het komende wielerseizoen. Voor de Nederlands kampioen op de weg staat alles in het teken van een olympische titel op de mountainbike en daar kan zelfs de Tour de France niet tegenop. Dat zegt hij donderdag in het AD.

Van der Poel staat voor een lastige puzzel, want de Tour wordt van 26 juni tot en met 18 juli verreden en de olympische mountainbikewedstrijd in Tokio staat op 26 juli op het programma.

Hij is vooralsnog van plan om in beide evenementen te starten, al kan een tweeweekse quarantaineplicht bij de Spelen dat plan dwarsbomen. Vooralsnog lijkt de olympische organisatie daaraan vast te houden.

"Als ik echt zou moeten kiezen, zou ik de Tour niet rijden en alles op de Spelen zetten. Maar ik snap ook wel dat de sponsorbelangen groot zijn en dat ze mij in de Tour willen zien", aldus Van der Poel tegen de krant.

"Ik ga de Tour in om goed te zijn op de Spelen. Dan ga ik misschien niet de beste renner zijn die ik kan zijn in de Tour, maar daar moet ik mee leren omgaan om het grotere doel te halen. Wat je misschien gaat zien, is dat ik snel ga lossen bijvoorbeeld."

'Ben echt verliefd op mountainbiken'

Van der Poel heeft nu eenmaal meer met mountainbiken dan met de Tour. "Mountainbiken is een sport waar ik echt verliefd op ben geworden en olympisch kampioen is iets heel unieks. Dat draag je voor altijd mee", aldus de 25-jarige Nederlander.

"Als ik moet kiezen tussen ooit olympisch kampioen worden of ooit een rit in de Tour winnen, dan is dat een heel makkelijke keuze voor mij. Dan kies ik voor olympisch kampioen."

Dit jaar zag Van der Poel zijn debuut aan de Tour aan zich voorbijgaan, omdat zijn ploeg Alpecin-Fenix geen wildcard kreeg voor het grootste wielerevenement ter wereld. De Nederlander sloot 2020 onlangs af met zijn dertiende veldritzege van het jaar.