De internationale wielerunie UCI heeft de Nederlandse bond KNWU vrijdag laten weten dat ze in 2011 al is geïnformeerd over de positieve dopingtest van een Nederlandse renner. De zaak kwam pas deze week naar buiten.

"De UCI heeft bevestigd dat er destijds melding is gedaan en dat door deze instantie is besloten daar niet tegen in beroep te gaan', schrijft de KNWU in een verklaring.

De betreffende renner, die internationale wedstrijden voor de KNWU reed, werd op 4 mei 2011 bij een out-of-competitioncontrole positief getest op het verboden middel rhEPO, meldde Wielerflits donderdag. Hij besloot per direct zijn carrière te beëindigen.

De KNWU wist donderdag niet direct of de UCI was ingelicht over de zaak. De internationale wielerbond begon een onderzoek naar de Nederlandse dopingzaak en meldde een kleine 24 uur later aan de KNWU dat ze negen jaar geleden al op de hoogte was en dat de zaak volgens de regels is afgehandeld.

Zaak is bij Dopingautoriteit gemeld

De KNWU besloot de zaak vanwege "zeer zwaarwegende en tragische" familieomstandigheden niet in de openbaarheid te brengen en de identiteit van de renner geheim te houden. De wielerbond stelt vrijdag dat de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) die ruimte geeft, zolang de opgelegde sanctie uitgevoerd kan worden.

"De zaak is bij de Dopingautoriteit, de mondiale antidopingorganisatie WADA en bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR) gemeld en deze instanties hebben de zaak anoniem gepubliceerd", schrijft de KNWU. "De renner in kwestie is voor twee jaar geschorst en heeft in die periode geen licentie ontvangen."

"De directeur van de KNWU (de in 2016 overleden Huib Kloosterhuis, red.) is destijds gemachtigd door twee hoofdbestuursleden om de zaak vanwege de bijzondere omstandigheden zelf en in vertrouwen af te handelen. Intern is over de gehele kwestie pas gecommuniceerd toen de zaak volledig afgehandeld was."