João Almeida is er niet zeker van dat de Giro d'Italia zal worden uitgereden. De rozetruidrager beseft dat het coronavirus veel onzekerheid met zich meebrengt en zet ook zijn vraagtekens bij de weersomstandigheden.

Na een behoorlijk aantal positieve tests binnen de Giro-bubbel - onder anderen Steven Kruijswijk moest de koers verlaten - is de discussie over het wel of niet afmaken van de drieweekse rittenkoers toegenomen.

De Amerikaanse ploeg EF Pro Cycling deed de wielerunie UCI donderdag in een brief een voorstel om de koers zondag af te breken, maar dat werd afgewezen.

"Voorlopig is het onzeker of we Milaan (waar de Giro normaal gesproken eindigt, red.) gaan halen. Maar uiteindelijk is het niet aan ons als renners", zei Almeida donderdag na de finish van de elfde rit.

"Persoonlijk blijf ik gewoon doen waar ik mee bezig ben, en datzelfde geldt voor mijn ploeg. En als de Giro eerder stopt, dan zij dat zo. We kunnen er weinig aan doen. Er moet een besluit genomen worden dat het beste is voor iedereen."

'Het weer wordt er niet beter op'

De 22-jarige Almeida maakt zich ook zorgen om het weer in (Noord-)Italië. Donderdag werd er onder barre omstandigheden gefinisht en er wordt voor de komende dagen meer regen voorspeld.

"Het wordt er niet beter op", aldus de renner van Deceuninck-Quick-Step. "Het weer is echt heel slecht en we zijn nog niet eens in het noorden. Moet je je voorstellen hoe het volgende week zal zijn op bijna 2.000 meter hoogte."

Voorlopig gaat de 103e editie van de Giro gewoon door, wat betekent dat het peloton vrijdag de dertiende etappe rijdt. Er wordt koers gezet vanuit Cervia naar Monselice, waarbij de route grotendeels vlak is.