Tom Dumoulin is zijn eerste officiële koersdag in 420 dagen goed doorgekomen. De Limburger eindigde bij zijn debuut voor Jumbo-Visma als vierde in de eerste rit van de Tour de l'Ain.

Volgens Dumoulin, die zich in de Franse koers voorbereidt op de Tour de France, ging het beter dan verwacht. "Beter kon bijna niet. Nou ja, als je hier wint, is het perfect", zei hij na afloop tegen De Telegraaf.

Hij merkte wel dat hij even moest wennen. "De eerste fase van de koers voelde raar aan. ik moest er echt inkomen. Ik had een beetje schrik en het was vreemd constant voor je plek te moeten vechten", merkte hij op. "Uiteindelijk ging het weer vanzelf. Fietsen is net skiën; dat verleer je ook niet."

Dumoulin reed sinds juni 2019 geen koers meer, toen hij vanwege knieproblemen opgaf in het Critérium du Dauphiné. Hij werd vervolgens twee keer geopereerd, waarna zijn seizoen erop zat. In februari zou hij aanvankelijk debuteren voor Jumbo-Visma, maar door darmparasieten stond hij enige tijd aan de kant. Door de coronacrisis liet zijn debuut nog iets langer op zich wachten.

In de l'Ain leek het alsof Dumoulin nooit was weggeweest. Het plan was om kopman Primoz Roglic naar de ritzege te leiden, maar die kwam op het laatste klimmetje niet weg. In de sprint moest Roglic het ondanks het harde werk van Dumoulin afleggen tegen de Italiaan Andrea Bagioli.

"We wisten dat Primoz het wilde proberen op het slotklimmetje, maar hij kwam niet weg. Omdat hij doorgaans erg rap is, dacht ik: ik trek de sprint aan voor hem. Maar ik geloof dat hij wat naar de kloten was van die inspanning op het einde. Misschien hadden we het beter net andersom gedaan."