Mathieu van der Poel baalt er stevig van dat hij zaterdag niet mee kon doen om de winst in Strade Bianche. De Nederlander was een van de favorieten, maar kon uiteindelijk niet met de besten mee en werd 'slechts' vijftiende.

De 25-jarige Van der Poel had daar wel een reden voor: met de finale in zicht kreeg de renner van Alpecin-Fenix een lekke band, waarna het hem (te) veel kracht kostte om weer terug te komen.

"Daar heb ik een goed resultaat verloren. Ik heb er samen met Julian Alaphilippe en een aantal anderen alles aan gedaan om terug te komen, maar we kregen het allemaal moeilijk op de Santa Maria. Het was zo warm en we gingen al over onze limiet om terug te komen", aldus Van der Poel.

"Toen was het klaar. Iedereen had het moeilijk met de warmte, al kan de een er beter mee omgaan dan de ander. Ik wil het niet als excuus opvoeren, maar ik kreeg een lekke band op het slechtst denkbare moment."

'Eigenlijk verliep de koers perfect'

Eerder in de koers had Van der Poel, die Strade Bianche voor het eerst reed en bovendien zijn eerste koers sinds de coronacrisis reed, samen met onder anderen Alaphilippe nog voor de eerste tempoversnellingen gezorgd. De acties hadden echter weinig effect.

"Al met al was het rijden van Strade Bianche een mooie ervaring, maar ik ben toch wel teleurgesteld", aldus Van der Poel. "Tot de lekke band voelde ik me aardig goed en verliep de koers eigenlijk perfect."

Strade Bianche, de eerste WorldTour-koers sinds de coronacrisis, werd gewonnen door Van der Poels rivaal Wout van Aert. Komende zaterdag volgt met Milaan-San Remo de tweede Italiaanse klassieker.