De Cycling Anti-Doping Foundation (CADF) is de stalen uit de Tour de France van 2016 en 2017 aan het hertesten op een dopingmiddel dat destijds niet op te sporen was. Vooral de Tour van drie jaar geleden zou onder een vergrootglas liggen.

De hertesten houden verband met Operatie Aderlass, een onderzoek naar een bloeddopingnetwerk rond de Duitse dokter Mark Schmidt. Sinds 2011 zouden honderden bloedtransfusies zijn uitgevoerd bij tal van sporters, onder wie veel skiërs, maar ook wielrenners.

De Oostenrijker Georg Preidler, een Sunweb-ploegmaat van Tom Dumoulin tijdens diens eindzege in de Giro d'Italia, was een van de renners die bekende en werd geschorst.

Bij het onderzoek naar het netwerk van Schmidt werd duidelijk dat andere renners, die geen klant van de Duitse arts waren, in 2016 en 2017 een dopingmiddel gebruikten dat toen nog niet op te sporen was.

"Er waren in die periode een aantal verboden middelen in omgang die niet op de reguliere farmaceutische markt te verkrijgen waren en waarvoor er in de laboratoria nog geen optimale detectiemethodes bestonden. Inmiddels zijn die methodes verbeterd", vertelt Peter Van Eenoo van het Gentse dopinglab zaterdag in de Belgische krant Het Nieuwsblad.

'Eerste analyses zijn uitgevoerd'

De UCI hoorde in november 2019 voor het eerst van het dopingmiddel en vroeg de CADF daarop om de stalen uit de Tour van 2016 en 2017 opnieuw te onderzoeken. Een half jaar later is gestart met hertesten.

"Op basis van aanvullende informatie hebben wij de relevante stalen geïdentificeerd en de eerste analyses uitgevoerd. Verder onthouden wij ons van commentaar", laat de CADF weten.

Het UCI is verplicht de namen bekend te maken als er daadwerkelijk renners betrapt worden op het gebruik van doping.