Lance Armstrong heeft onthuld dat hij al in 1992 is begonnen met doping. De 48-jarige Amerikaan zegt dat in een nieuwe documentaire van ESPN die volgende week verschijnt.

"Ik was waarschijnlijk 21 jaar toen ik begon met doping", zegt Armstrong volgens Cycling Weekly in de documentaire, waarvan het eerste deel op 25 mei te zien is. Dat betekent dat hij vanaf zijn eerste profjaar al aan de verboden middelen zat.

Armstrong zegt dat hij in 1992 begon met cortisonen, een stresshormoon dat prestatiebevorderend werkt. De gevallen wielerlegende liet zich voor zover bekend niet eerder zo concreet uit over het moment waarop hij begon met doping.

Een jaar later, in 1993, boekte Armstrong het grootste succes in zijn dan nog prille carrière door in Oslo de wereldtitel op de weg te veroveren. Later ging hij zoals bekend over op het gebruik van epo en won hij onder meer zeven keer de Tour de France, titels die hij allemaal moest inleveren toen zijn dopinggebruik boven water kwam.

"Epo was een heel ander niveau", zegt Armstrong in de documentaire over de bloeddoping. "De wielerwereld was iets anders gewend. Het effect van epo op de prestaties was zo groot, dat de sport overstapte naar deze raketbrandstof met een veel hoger octaangehalte."

Armstrong legt in de documentaire ook een link tussen zijn dopinggebruik en teelbalkanker, dat aan het einde van 1996 bij hem werd vastgesteld en waar hij van herstelde. "Ik weet niet of het met elkaar te maken heeft gehad. Maar ik heb één keer in mijn leven groeihormonen gebruikt en dat was in 1996. Zou het niet logisch zijn dat als er iets slechts in zou zitten, dat dan eveneens zou groeien?"