Mark Cavendish zegt dat hij jarenlang last heeft gehad van een depressie. De Brit ging door een diep dal toen bij hem in 2018 het Epstein-Barrvirus werd aangetroffen, dat onder meer de ziekte van Pfeiffer kan veroorzaken.

"In augustus 2018 werd bij mij een depressie geconstateerd", onthult de 34-jarige Cavendish in gesprek met The Times. "Daar heb ik hard tegen moeten vechten. Ik nam geen medicatie, maar ik kreeg wel hulp. Het was een donkere periode."

Het is niet de eerste keer dat Cavendish te maken kreeg met het Epstein-Barrvirus, want die ziekte hield hem in het voorjaar van 2017 ook al aan de kant. De dertigvoudig etappewinnaar in de Tour de France heeft sindsdien zijn oude niveau niet meer gehaald.

"Het was niet alleen mijn fysieke gesteldheid die het de laatste jaren flink te verduren heeft gehad", doelt Cavendish op zijn depressie. "Daar ben ik nu wel uit, voor zover dat kan. Dat geeft wel een goed gevoel. Ik kijk alleen nog naar de positieve dingen."

'Het maakt me gelukkig om veel thuis te zijn'

De ervaren sprinter is inmiddels ook van het Epstein-Barrvirus verlost en hoopte dit jaar bij zijn nieuwe ploeg Bahrain McLaren te laten zien dat hij terug is, maar door het coronavirus zijn de verreden koersen dit jaar vooralsnog op één hand te tellen.

Cavendish deed dit jaar wel mee aan de (ingekorte) Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten, maar zijn laatste overwinning in koers dateert nog altijd van februari 2018. De wereldkampioen op de weg van 2011 legt zich erbij neer dat hij voorlopig niet kan laten zien wat hij in zijn mars heeft.

"De onzekerheid wanneer je weer kunt gaan racen, heb ik twee jaar gehad", benadrukt Cavendish. "Er zijn ergere dingen in de wereld dan een paar renners die nu niet kunnen rijden. Het maakt me bovendien gelukkig om veel thuis te zijn bij mijn kinderen. Daardoor ben ik alleen maar meer gemotiveerd."