Elf jaar nadat de broers Philip en Christoph Roodhooft een veldritteam van negen renners startten, presenteerden zij vrijdag met Alpecin-Fenix een volwassen en flink versterkte wegploeg van 27 mannen. Het is een ontwikkeling die onlosmakelijk verbonden is met de successen van uithangbord Mathieu van der Poel.

In het voorjaar van 2019, toen Van der Poel met zeges in onder meer Dwars door Vlaanderen, de Brabantse Pijl en de Amstel Gold Race definitief bewees dat hij ook als wegrenner een wereldtopper is, kreeg de 24-jarige Nederlander in het peloton steeds vaker bezoek.

"Er kwamen flink wat renners langs om me te feliciteren, dat was mooi om te zien", aldus Van der Poel. "Je merkte ook dat er meer respect was voor onze ploeg en dat andere teams niet meer op ons neerkeken. Ik denk dat we vorig seizoen het ongelijk van veel mensen hebben bewezen."

Jarenlang was Alpecin-Fenix - dat in het verleden BKCP-Powerplus (2009-2015), BKCP-Corendon (2015-2016), Beobank-Corendon (2016-2017) en Corendon-Circus (2018-2019) heette - een kleine Belgische ploeg voor veldrijders, die niet meer dan figurant was in het wegwielrennen.

Dat veranderde toen alleskunner Van der Poel vanaf 2017 ook steeds meer wegkoersen ging winnen, waarna zijn ploeg in 2019 promoveerde naar een Pro Continental-status, het op een na hoogste niveau. Wat volgde was een ongekend succesvol jaar, met elf zeges voor Van der Poel en 21 zeges in totaal voor Corendon-Circus, waardoor het tijd was voor een nieuwe stap.

"Een jaar of drie geleden gingen we nog met zes man op trainingskamp, nu hebben we een team van 27 renners", glimlacht Van der Poel. "We zijn als ploeg flink gegroeid en ik ben er trots op dat ik daaraan heb kunnen meewerken."

'Hebben sterkste renner van het peloton in de ploeg'

Kristian Sbaragli maakt er geen geheim van waarom hij als 29-jarige Italiaan met een aardige erelijst voor Alpecin-Fenix heeft gekozen. "Vorig seizoen keek iedereen in het wielrennen met veel interesse naar deze ploeg", zegt de winnaar van een etappe in de Vuelta a España van 2015. "Wat mij betreft hebben we de sterkste renner van het peloton in ons team en ik kijk ernaar uit om met Mathieu te koersen."

Van der Poel lacht als hij de loftuiting van zijn nieuwe ploegmaat hoort. "Misschien zeggen renners in andere ploegen wel hetzelfde over hun kopman", grapt hij. "Maar het is natuurlijk wel een mooi compliment."

De successen en het talent van Van der Poel zorgden ervoor dat veel renners in 2020 bij Alpecin-Fenix wilden rijden. "We hebben veel keuze gehad", aldus manager Philip Roodhooft. "We merkten het positieve effect van het feit dat Mathieu voor ons rijdt en dat vorig seizoen bijna iedereen op het maximum van zijn mogelijkheden heeft gepresteerd."

Met de Italianen Sbaragli en Sacha Modolo, de Tsjech Peter Vakoc, de Nederlander Oscar Riesebeek, de Britten Scott Thwaites, Alexander Richardson en Ben Tulett, de Duitser Alexander Krieger, de Belgen Floris De Tier, Louis Vervaeke en Senne Leysen, de Nieuw-Zeelander Samuel Gaze en de Fransman Antoine Benoist haalde Alpecin-Fenix liefst dertien nieuwe renners, van wie het gros zich al bewezen heeft op de weg.

"Het was heel belangrijk om een flink aantal goede renners aan te trekken voor 2020", zegt technisch directeur Christoph Roodhooft. "Het zal niet meer zo makkelijk worden als vorig seizoen, toen we in elke koers de underdog waren. De grote ploegen zullen meer naar ons kijken, maar ik denk dat we met deze nieuwe renners bij de sterkste teams kunnen horen in de koersen die we gaan rijden."