Wout van Aert hoopt op 27 december in Loenhout zijn rentree te maken in het veld. De Belgische renner is nog altijd herstellende van zijn zware valpartij in de Tour de France.

De 25-jarige Van Aert raakte in juli tijdens de tijdrit in Pau met zijn heup een dranghek, waarbij hij een diepe vleeswond opliep. Omdat de behandeling in het ziekenhuis in Frankrijk te wensen overliet, moest hij opnieuw onder het mes.

Gevreesd werd dat de Belgisch kampioen tijdrijden het volledige veldritseizoen moest missen, maar Van Aert heeft de laatste weken een grote stap in zijn herstel gezet. "Ik kan nu echt trainingen afwerken en de belasting opvoeren", zei de Jumbo-Visma-renner zaterdag op een persconferentie.

"Als het herstel blijft verlopen zoals nu, zal ik mijn comeback maken in Loenhout op 27 december. Het kan er wat modderig zijn en het is behoorlijk veel fietsen. Het is ook vlak bij huis en ik kijk er elk jaar erg naar uit."

Dat hij dit kalenderjaar nog in actie kan komen, had de renner zelf niet verwacht. "Dat is een bonus", erkende de ritwinnaar in de Tour de France. Hij vertrekt volgende week voor twee weken naar Spanje om verder aan zijn conditie te werken.

Wout van Aert verraste in de Tour de France nog door een etappe te winnen. (Foto: Pro Shots)

'Niet realistisch dat ik al in topvorm ben'

Toch is Van Aert nog wel voorzichtig, want hij merkt na de trainingen nog altijd de gevolgen van de zware val. "Ik heb nog wel een reactie na de trainingen. Toch denken we dat het realistisch is om binnen een maand mijn rentree te maken, al zal dat zeker niet in topvorm zijn."

Hij is benieuwd hoe hij zich voelt na de eerste veldrit. "Op- en afstappen vraagt veel meer van mijn heup. Daar werken we nog aan om dat te verbeteren. Het is de bedoeling als ik mijn rentree maak, dat het geen stap terug is in mijn herstel."

De voormalige wereldkampioen veldrijden gaat er niet van uit dat hij dit seizoen de concurrentie aan kan gaan met de in het veld vooralsnog ongenaakbare Mathieu van der Poel. "Het is onrealistisch om over resultaten te spreken, want ik heb drie maanden niet op de fiets gezeten. Ik ben al blij dat ik nog enkele wedstrijden kan rijden."