Kirsten Wild is trots en met name opgelucht dat ze donderdag haar twijfels van zich af heeft kunnen fietsen op de EK baanwielrennen in Apeldoorn. De ervaren Zwolse, die woensdag nog teleurstelde op het onderdeel scratch, veroverde goud op de afvalkoers.

"Ik ben na woensdag toch gaan twijfelen, dus dan is dit wel even fijn ja", zei een opgeluchte Wild na haar wedstrijd in gesprek met de NOS. "Deze medaille op de afvalkoers geeft aan dat de vorm goed zit. Dat is toch prettig om te weten."

De 37-jarige Wild, een van de blikvangers in de Nederlandse baanselectie, werd woensdag op het onderdeel scratch slechts zevende. Het was een flinke domper voor de zesvoudig wereldkampioene, die vorig jaar bij de Europese kampioenschappen nog goud op dat onderdeel veroverde.

Die teleurstelling zette Wild overtuigend van zich af op de afvalkoers, een niet-olympisch onderdeel. Ze liet zich de hele wedstrijd van voren zien en toonde zich uiteindelijk in de strijd om de medailles te sterk voor de Britse Emily Nelson (zilver) en de Poolse Nikol Plosaj (brons).

Kirsten Wild met haar gouden plak. (Foto: Pro Shots)

'Goed is niet goed genoeg'

Wild, die zich in 2016 en 2017 ook Europees kampioene op de afvalkoers mocht noemen, kan door haar eerste gouden plak op deze editie van de EK met vertrouwen toeleven naar het omnium, een gecombineerd klassement van de onderdelen scratch, temporace, afvalkoers en puntenkoers.

"De afvalkoers ging heel lekker en dat is wel leuk natuurlijk. We hebben van tevoren veel oefeningetjes gedaan over wat te doen in een afvalkoers en ik merk nu wel dat dat heeft uitbetaald", zei Wild, die wel vindt dat ze beter moet om vrijdag op het omnium haar Europese titel te prolongeren.

"Ik ben van nature best wel een twijfelkont en ik denk dan altijd: goed is niet goed genoeg. Het moet altijd beter. Dit is natuurlijk wel superleuk en ik ben hier heel blij mee en trots op, maar ik weet dat het misschien wel harder moet."

Na het omnium van vrijdag komt Wild zondag nog samen met Amy Pieters in actie op de koppelkoers. Dat onderdeel staat net als het omnium volgend jaar op het programma bij de Olympische Spelen in Tokio.