Bij de laatste drie grote toernooien eindigden de Nederlandse baanwielrenners op de eerste plek van de medaillespiegel; een reeks die de ploeg deze week hoopt voort te zetten bij de EK in Apeldoorn. Hoe is Nederland in korte tijd uitgegroeid tot het beste baanwielerland ter wereld?

Hugo Haak glimlacht als hij terugdenkt aan zijn EK-debuut in 2012. "Toen was er echt niemand die naar ons omkeek", zegt de 27-jarige Nederlander, die in 2017 noodgedwongen stopte en sinds eind vorig jaar bondscoach van de zeer succesvolle baansprinters is, in gesprek met NUsport.

"Nu is dat wel anders. Als Harry Lavreysen of Jeffrey Hoogland met een trainingsuur op de baan bezig is, staat elke coach met zijn stopwatch klaar om te kijken wat voor oefeningen wij doen als warming-up. Ik vind het elke keer weer grappig als ik die oefeningen dan later terugzie bij renners uit andere landen. Omdat ik er dagelijks mee bezig ben, heb ik niet echt door welke metamorfose we hebben ondergaan, maar soms besef ik wel dat het bijzonder is."

Bij de Olympische Spelen van 2012 in Londen was Teun Mulder met brons op de keirin de enige Nederlandse medaillewinnaar op de baan. Vier jaar later was er in Rio de Janeiro goud voor Elis Ligtlee en zilver voor Matthijs Büchli, beiden op de keirin.

Als de voortekenen niet bedriegen, zal er volgend jaar in Tokio veel meer Nederlands succes te vieren zijn. Vorig jaar pakten de baanrenners vijf keer goud, vijf keer zilver en twee keer brons bij de WK in Apeldoorn en vijf keer goud en drie keer brons bij de EK in Glasgow. Begin dit jaar bij de WK in Polen ging het met zes keer goud, vier keer zilver en één keer brons nog wat beter.

De Nederlandse teamsprinters zijn de wereldkampioen van 2018 en 2019 en de Europees kampioen van 2018. (Foto: Pro Shots)

'Het succes motiveert, het versterkt elkaar'

Vraag de renners naar een verklaring voor de stormachtige opkomst van het Nederlandse baanwielrennen en er valt even een stilte. "Het is moeilijk om één keiharde verklaring te geven", zegt Kirsten Wild, de regerend wereldkampioene op het omnium en de koppelkoers. "Maar vaak werkt het wel zo dat succes elkaar versterkt, het motiveert. We zijn een heel fanatiek groepje, willen niet voor elkaar onderdoen en dat stuwt het niveau omhoog."

Die theorie gaat zeker op bij de teamsprinters, die in 2018 en 2019 wereldkampioen werden en bij wie vijf mannen om drie plekken vechten. "Wij worden zeker gemotiveerd door de interne competitie", beaamt Lavreysen, regerend wereldkampioen op de sprint en de teamsprint. "Het is al zo'n zware strijd om überhaupt aan de wedstrijden te mogen meedoen. Ik kan me voorstellen dat dat in andere landen minder het geval is."

Jan-Willem van Schip, regerend wereldkampioen op de puntenkoers, wijst erop dat de zaken momenteel goed geregeld zijn voor de baanrenners. Volgens Haak is dat voor een groot deel de verdienste van René Wolff, wiens vertrek als bondscoach van de sprinters er begin 2017 voor zorgde dat verschillende renners de noodklok luidden over het gebrek aan (financiële) middelen.

"René heeft, in ieder geval bij de sprinters, een heel goede basis gelegd, en ervoor gezorgd dat steeds meer renners zich aansloten bij de baanploeg, ook uit andere disciplines", aldus Haak. "Wij krijgen nu vanuit de bond de kans om een fulltimeprogramma te draaien en hebben een groep waarin alle neuzen dezelfde kant op staan."

Kirsten Wild is zesvoudig wereldkampioene en zesvoudig Europees kampioene op de baan. (Foto: Pro Shots)

Budget nog steeds onvergelijkbaar met dat van toplanden

Het budget voor de Nederlandse baanploeg is nog steeds onvergelijkbaar met dat van toplanden als Australië en vooral Groot-Brittannië, dat bij de Spelen van 2016 mede door veel innovatief materiaal zes van de tien olympische titels pakte in de Velódromo Municipal do Rio.

"We kunnen geen geld bijdrukken, dus we moeten creatief omgaan met de middelen die we hebben", zegt Haak. "Dat hebben we altijd gedaan en doen we nog steeds, hoewel er nu veel meer ondersteuning is vanuit de KNWU en NOC*NSF."

Desondanks blijft de Nederlandse ploeg in aanloop naar Tokio op haar hoede voor vooral de kapitaalkrachtige Britten. "Die lui komen nu bij wereldbekers of een EK aan met pakjes van misschien drie tientjes die een beetje flapperen; dat boeit ze allemaal niks", aldus Van Schip.

"Maar op de Spelen hebben de Britten opeens dingen die je nog nooit hebt gezien. Nieuwe fietsen, andere achterwielen, nieuwe banden, grotere voorbladen, andere helm; dat is echt bizar. Dus voor de afgelopen twee jaar klopt de conclusie dat we het beste baanwielerland zijn geweest. Maar de toekomst moet uitwijzen of we dat blijven."

De EK baanwielrennen in Apeldoorn begint woensdag en duurt tot en met zondag. Op de openingsdag staan onder meer de finales van de teamsprint op het programma.