Een stuurgroep gaat de veiligheid in de BinckBank Tour onderzoeken, zo heeft de organisatie van de Nederlandse WorldTour-koers zondag bekendgemaakt. Felle kritiek op het parcours vormt de aanleiding.

"We gaan mensen uit het peloton benaderen met wie we de veiligheid van het parcours onder de loep nemen. Greg Van Avermaet en Deceuninck-Quick-Step ploegleider Tom Steels hebben al toegezegd om hier deel van uit te maken", zegt organisator Rob Discart tegen De Telegraaf.

"We gaan hier nog een drietal renners of oud-renners aan toevoegen. We vragen om hun input op de schema's van de ritten die wij voor ogen hebben. Zodoende kunnen we vooraf ingrijpen en kunnen we een parcours voorschotelen dat de verwachtingen van de renners inlost."

De internationale wielrennersvakbond CPA haalde zaterdag hard uit naar de organisatie door te stellen dat de koers vanwege het gevaarlijke parcours niet in de World Tour thuishoort.

Veel renners beklaagden zich eerder al over de veiligheid en spraken van smalle wegen, ongemarkeerde vluchtheuvels en veel bochten en gaten in de weg in de buurt van de finish.

'Eén dag heeft imago veel schade berokkend'

Organisator Discart baalt van alle kritiek, die vooral via sociale media werd geuit. Met name het parcours van de derde rit van de BinckBank Tour, met start en finish in Aalter, leidde tot ophef.

"Wij kozen die dag voor een flandrienroute met smalle straatjes en kasseien. De weersomstandigheden waren niet ideaal. We hebben met dat parcours een inschattingsfout gemaakt. Dit gaan we in de toekomst zeker niet meer zo doen", aldus Discart.

"Het is doodjammer dat één dag het imago van deze ronde veel schade heeft berokkend. Een paar tweets werden plots de stem van het peloton, en dat is onjuist. Greg Van Avermaet benadrukte mij duidelijk dat enkel Aalter een minpunt was."

De eindzege in de BinckBank Tour ging zondag naar Jumbo-Visma-renner Laurens De Plus, die Tim Wellens in de zevende en laatste etappe uit de leiderstrui reed en zijn eerste overwinning als prof boekte. De ritwinst was voor Oliver Naesen.