Volgens een onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven en de Katholieke Universiteit Leuven is de tijdwinst die renners boeken als ze in het kielzog van een motor rijden, groter dan gedacht.

Hoogleraar bouwfysica Bert Blocken presenteerde donderdag naar eigen zeggen het eerste onderzoek ooit dat precies uitzocht hoe groot het voordeel voor een renner is als die achter een motor rijdt.

"Zelfs al rijdt een motorrijder maar gedurende enkele seconden vóór de renners, dan is er toch een aanzienlijk tijdsvoordeel te behalen", zegt Blocken, die voor zijn studie computersimulaties en de windtunnel op de TU Eindhoven gebruikte. "Een wielrenner die tien seconden lang op 2,5 meter achter een motor rijdt, heeft al een tijdwinst van meer dan twee seconden."

Al jaren klagen renners en ploegleiders over motoren van bijvoorbeeld fotografen of cameramensen die te dicht voor renners rijden en daarmee voor een oneerlijk voordeel zorgen.

Zo waren er vorige maand tijdens de Giro d'Italia veel klachten over de motoren van de Italiaanse tv-zender RAI. "Heel blij om te zien dat een vroege ontsnapping het redt tot de finish", schreef Bauke Mollema na de vijftiende etappe op Twitter. "Als dat niet was gebeurd, had de winnaar maar beter een bloemetje gestuurd naar de cameramensen en hun chauffeurs op de motoren."

"De hele dag reden ze niet meer dan 10 tot 30 meter voor het peloton uit", foeterde de 32-jarige wielrenner, die zich ook tot de internationale wielerunie UCI richtte. "Is dit echt een WorldTour-race? Of geven jullie niet om de veiligheid van de renners en fair play?"

Een computersimulatie van een renner die 10 meter achter een motor rijdt. De groene en gele kleuren voor de renner laten zien dat de luchtsnelheid hier aanzienlijk lager is dan voor de motor. (Bron: Bert Blocken)

'Richtlijnen UCI moeten worden aangepast'

Volgens het onderzoek van de TU Eindhoven en de KU Leuven is er 12 procent minder luchtweerstand als een motor 30 meter voor een renner rijdt. Dat vertaalt zich naar een tijdwinst van 2,6 seconden per minuut.

De tijdwinsten zijn berekend zonder de invloed van de wind mee te nemen. "Als er tegenwind is, zijn de winsten groter. Als er rugwind of zijwind is, zijn de winsten lager. Hoe sterker de zijwind, hoe moeilijker het is voor een renner om nog in de windluwte achter de motor plaats te nemen", aldus Blocken.

Volgens performance director Fred Grappe van de Franse WorldTour-ploeg Groupama-FDJ zou het onderzoek van Blocken moeten leiden tot een aanpassing van de richtlijnen van de internationale wielrenunie UCI over hoe dicht een motor voor een renner mag rijden.

"Het is nodig om een soort van 'vrije zone' te definiëren rond de renner waarin geen enkel motorvoertuig zich zou mogen bevinden gedurende meer dan enkele seconden. Gezien de invloed van zelfs één luttele seconde op een klassement, is het onaanvaardbaar om deze kennis en haar belang nog te ontkennen."

De UCI heeft nog niet gereageerd op het onderzoek.

Tijdwinst per afstand tussen renner en motor

  • 0,48 meter tussen motor en renner: 29,3 seconden per minuut
  • 2,64 meter tussen motor en renner: 14,1 seconden per minuut
  • 4,8 meter tussen motor en renner: 9,3 seconden per minuut
  • 10 meter tussen motor en renner: 5,3 seconden per minuut
  • 15 meter tussen motor en renner: 4,0 seconden per minuut
  • 20 meter tussen motor en renner: 3,3 seconden per minuut
  • 30 meter tussen motor en renner: 2,6 seconden per minuut
  • 40 meter tussen motor en renner: 2,1 seconden per minuut
  • 50 meter tussen motor en renner: 1,4 seconden per minuut