Bauke Mollema kende op de eerste grote berg van deze Giro d'Italia enkele moeilijke momenten. De kopman van Trek-Segafredo wist tijdverlies op de concurrentie maar net te voorkomen in de twaalfde etappe.

De 32-jarige Groninger kon donderdag op de Montoso, de eerste berg van de eerste categorie in deze Giro, lang goed mee. Op het laatste stukje moest hij echter afhaken, maar hij slaagde erin om in de resterende 33 kilometers terug te keren.

"Het was lastig, zeker om na twaalf vlakke dagen zo'n steile klim op te moeten", zei Mollema bij Eurosport. "Ik had een moeilijk momentje voor de top en kwam op een gaatje."

De klimmer kreeg hulp van ploeggenoot Giulio Ciccone en de Rus Ilnur Zakarin (Katusha-Alpecin), die eveneens net niet meekon. "Die zat nog met twee ploeggenoten. In de afdaling konden we terugkeren."

'Verschillen morgen groter'

Op het venijnige slotklimmetje richting de finish in Pinerolo bepaalde Mollema vervolgens het tempo. "Dat ging wel goed, ik begon me beter te voelen na de eerste klim."

Mollema, die nu de nummer zes in de rangschikking is, is vooral blij dat hij geen tijd heeft verloren op de meeste concurrenten. Alleen Mikel Landa en Miguel Ángel López wisten 28 seconden te pakken, dankzij een geslaagde uitval.

"Bergop waren er vandaag een paar man sterker, dus ik hoop morgen beter voor de dag te komen", zo keek hij vast vooruit naar de dertiende rit, waarin maar liefst drie beklimmingen op het programma staan. De aankomst ligt bergop in Ceresole Reale. "De verschillen zullen dan groter zijn", verwachtte Mollema.