De Nederlandse teamsprinters hadden niet verwacht dat ze woensdagavond op zo'n overtuigende wijze goud zouden pakken bij de WK baanwielrennen. Harry Lavreysen, Roy van den Berg en Jeffrey Hoogland waren de concurrentie in Polen de baas met een toptijd van 41,923.

Het Nederlandse trio bleef daarmee nog geen tiende boven het wereldrecord dat sinds 2013 op naam van Duitsland staat. Die tijd werd bovendien op de hoogte van Mexico neergezet.

"We wisten dat we hard konden rijden, maar wat we nu hebben laten zien is bijna een wereldrecord", zei een euforische Lavreysen in gesprek met de NOS. "We waren zelfs een halve seconde sneller dan de winnende tijd bij de Olympische Spelen van 2016. Echt bizar."

Nederland was in de finale een maatje te groot Frankrijk, dat na drie ronden uitkwam op een tijd van 42,889. "Ik ben trots op mezelf en de jongens", zei Van den Berg in het Poolse Pruszkow. "We doen het met z'n allen en dit is een gruwelijke prestatie. Dit voelt wel heel erg lekker."

De Nederlandse teamsprinters tijdens de finale. (Foto: ANP)

Hoogland voelde vertrouwen voor finale

Ook Matthijs Büchli deelde mee in de feestvreugde, want hij nam in de eerste ronde de plaats in van Hoogland. Zowel in de kwalificaties als de eerste ronde bleef de Nederlandse formatie nog wel boven de 42 seconden.

Hoogland merkte van tevoren dat het vertrouwen bij de teamsprinters, die vorig jaar ook al de wereldtitel pakten, groot was. "We waren zelfverzekerd en wisten dat de kans op goud realistisch was, maar niet op deze manier. Dit is echt bizar hard. Daar hadden we echt niet op gerekend."

De teamsprinters komen deze week individueel nog in actie in Polen. Lavreysen, Büchli en Hoogland doen zaterdag mee aan het onderdeel sprint en Büchli gaat donderdag eerst nog voor goud op de keirin.