Het gaat langzaam de betere kant op met Steven de Jongh. De ploegleider van Trek-Segafredo kwam in oktober zwaar ten val bij een fietsrit in Spanje en is nog steeds herstellende, maar wil zijn 'gewone leven' weer oppakken.

"Eigenlijk was het deze week voor de eerste keer dat ik ’s avonds niet in elkaar stortte van vermoeidheid", zegt De Jongh vrijdag in gesprek met De Telegraaf. "Nu pas heb ik het gevoel dat ik met kleine stapjes vooruit ga."

De 44-jarige Noord-Hollander vertrok op maandag 15 oktober voor een fietstocht in de buurt van Girona, maar was uren niet bereikbaar en zijn telefoon gaf geen signaal. Zijn vrouw sloeg alarm bij de politie en via Twitter.

Tegen het einde van de middag werd De Jongh met hulp van een helikopter bewusteloos langs de weg gevonden. Hij werd direct naar het ziekenhuis vervoerd, waar werd vastgesteld dat hij 'slechts' een hersenschudding heeft.

'Verpleegkundigen dachten dat ik beroemd ben'

Volgens De Jongh speelde de inmiddels gestopte Alberto Contador, die in 2017 voor Trek reed, een belangrijke rol in de zoektocht. De Spanjaard was een van de vele renners die de hulpdiensten alarmeerden.

"Ik was net bij kennis en lag te rillen van de kou in de helikopter die me naar het ziekenhuis bracht, toen er aan me gevraagd werd of ik beroemd ben", blikt De Jongh terug op het moment vlak nadat hij gevonden was.

"Ik kon alleen maar uitkramen dat ik het koud had en vreselijke hoofdpijn had. Maar die verpleegkundigen dachten natuurlijk dat ik wel beroemd moest zijn, omdat Contador zich ermee bemoeide."

Hoewel het de betere kant op gaat met de Jongh, gaat zijn herstel nog even duren. "Ik ben al kapot van een stukje wandelen en ik denk voorlopig niet aan fietsen. Over twee weken hebben we met Trek-Segafredo een vergadering. Mijn intentie is om daar bij te zijn. We willen vooral het ‘gewone’ leven weer oppakken."