Steven de Jongh heeft woensdag voor het eerst gesproken over zijn zware val van maandag bij een fietsrit in Spanje. De ploegleider van Trek-Segafredo kan zich niets van het ongeval herinneren en heeft dus geen idee wat er gebeurd is.

"Ik ben vooral blij dat ik er nog ben, maar er zijn vele vragen waar ik nog mee zit", zegt de 44-jarige Noord-Hollander, die enige tijd werd vermist, tegen De Telegraaf.

"Het enge is vooral dat ik urenlang out ben geweest en niks meer weet. Dat schijnt vrij normaal te zijn bij zoiets als ik heb meegemaakt. Ik kan me echt niks herinneren van wat er is gebeurd. Het is één grote zwarte vlek."

De Jongh vertrok maandagochtend voor een rit in de buurt van Girona, maar was uren niet bereikbaar en zijn telefoon gaf geen signaal. Zijn vrouw sloeg alarm bij de politie en via Twitter.

Tegen het einde van de middag werd De Jongh met hulp van een helikopter bewusteloos langs de weg gevonden. Hij werd direct naar het ziekenhuis vervoerd, waar werd vastgesteld dat hij 'slechts' een hersenschudding heeft.

Politie doet nog onderzoek

De politie onderzoekt nog wat er precies met De Jongh is gebeurd. Er wordt onder meer bekeken of de geboren Alkmaarder, die zo'n vijf uur in een ravijn langs de weg lag, is aangereden of dat er sprake was van een eenzijdige valpartij.

De Jongh is sinds 2016 ploegleider bij Trek-Segafredo en vervulde die functie eerder bij Tinkoff-Saxo (2013-2016) en Team Sky (2011-2012). Hij beëindigde in 2009 op 35-jarige leeftijd zijn loopbaan als profrenner in dienst van Quick-Step en reed ook voor Rabobank en TVM.

Zijn belangrijkste successen behaalde De Jongh in Belgische eendagskoersen. In 2003 won hij de E3-Prijs en in de jaren 2004 en 2008 won hij Kuurne-Brussel-Kuurne.

De Jongh gaf in 2012 toe tussen 1998 en 2000, in een deel van zijn periode bij TVM en Rabobank, doping (epo) te hebben gebruikt, waarna hij besloot Team Sky te verlaten.