De Nederlandse renners mochten zondag na de wegrit van de mannen bij de WK wielrennen in Innsbruck voor de derde keer in de laatste vier jaar de eerste prijs van het landenklassement in ontvangst nemen.

De Oranje-selectie was vooral dankzij de vrouwen zeer succesvol in Oostenrijk. Junior Rozemarijn Ammerlaan, Annemiek van Vleuten (beiden tijdrit) en Anna van der Breggen (wegrace) pakten wereldtitels en er was zilver voor Van der Breggen en brons voor Ellen van Dijk (beiden tijdrit).

Door de zilveren medaille van Tom Dumoulin in de tijdrit voor mannen eindigde Nederland met zes medailles bij de WK. De Limburger greep zondag met een vierde plaats in de wegrit net naast een tweede podiumplek.

Nederland won het landenklassement ook al in 2015 en 2017. Vorig jaar waren er gouden medailles voor Dumoulin (tijdrit mannen), Van Vleuten (tijdrit vrouwen) en Chantal Blaak (wegwedstrijd vrouwen) en een zilveren plak voor Van der Breggen (tijdrit vrouwen).

Bondscoach Veneberg meer dan tevreden

Bondscoach Thorwald Veneberg was dan ook een meer dan tevreden man na afloop van het toernooi. "En niet alleen vanwege dit ding", wees hij met een glimlach naar de prijs voor de winst van het landenklassement.

"We hebben in de breedte goede resultaten neergezet en ik heb ook een aantal jongeren goed zien presteren, met de titel van Ammerlaan voorop. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst.''

Veneberg, die stopt als bondscoach om verder te gaan als algemeen directeur van wielerbond KNWU, noemde de titel van Van der Breggen in de wegrit als zijn hoogtepunt van de week.

"En dan vooral omdat het met de renners en de staf de hele week perfect in elkaar paste. We hadden van tevoren een plan gemaakt en dat liep vervolgens tijdens de koers perfect. Van die samenwerking, dat het echt een team was, kreeg ik een ontzettend fijn gevoel."