Een podiumplek werd het net niet, maar met een vierde plaats voor Tom Dumoulin, drie renners in de top vijftien en vijf in de top dertig keken de Nederlandse renners met een goed gevoel terug op de wegrit zondag bij de WK in Innsbruck.

"We hadden een heel sterke ploeg in de breedte en iedereen heeft echt goed gereden", stelde Bauke Mollema, die op de twaalfde plek de tweede Nederlander was in de uitslag.

"Ik ben tevreden, Nederland heeft gewoon goed gekoerst in deze slopende, afmattende wedstrijd", zei routinier Pieter Weening, die als 69e over de streep kwam. "Dit was het hoogst haalbare en de vierde plek van Tom is het beste resultaat in jaren."

Dumoulin deed in de finale mee om de medailles, maar de Limburger moest het in de sprint van een kopgroep van vier afleggen tegen de Spanjaard Alejandro Valverde (goud), de Fransman Romain Bardet (zilver) en de Canadees Michael Woods (brons).

De vierde plaats van de Giro-winnaar van vorig jaar was de beste uitslag van een Nederlandse man bij een WK-wegrit sinds Erik Dekker in 2001 ook als vierde over de streep kwam in Lissabon. De laatste medaille dateert nog altijd van 21 jaar geleden (brons voor Leon van Bon in San Sebastián).

"Ik was na de finish even flink teleurgesteld", zei bondscoach Thorwald Veneberg. "In het resultaat, niet in het proces. Want de jongens hebben echt knap gereden. Maar dat we er net geen medaille uit hebben kunnen slepen, vind ik wel zuur."

Uitslag Nederlandse renners

  • Tom Dumoulin: 4e
  • Bauke Mollema: 12e
  • Sam Oomen: 14e
  • Steven Kruijswijk: 27e
  • Antwan Tolhoek: 28e
  • Wilco Kelderman: 38e
  • Pieter Weening: 69e
  • Wout Poels: Niet gefinisht

'Aanvallen voor voorlaatste ronde was verspilde moeite'

De Nederlandse ploeg, met Dumoulin, Mollema en Wout Poels vooraf als kopmannen, probeerde in de voorlaatste ronde het initiatief van de koers in handen te nemen door met Steven Kruijswijk, Sam Oomen en Antwan Tolhoek om de beurt aan te vallen.

"Het was de bedoeling dat de renners die geen kopman waren, zouden demarreren in de finale", aldus Tolhoek, die als debutant 28e werd. "Ik denk dat we als ploeg zo heel veel hebben kunnen betekenen voor de kopmannen."

Veneberg: "Het plan vooraf was om te kijken waar een aanval het succesvolst zou zijn. Voor de voorlaatste ronde had het zeker geen zin, was het verspilde moeite geweest. Dit was denk ik de beste optie."

Kruijswijk, Oomen en Tolhoek kregen geen ruime, terwijl Poels al vroeg in de finale moest lossen. Mollema en Dumoulin moesten het vervolgens doen voor de Oranje-formatie op de slotklim. De zeer steile 'Höttinger Hel', met een maximaal stijgingspercentage van 28 procent, deed vervolgens zijn naam eer aan.

"De koers was al ontzettend slopend en dan kwam er ook nog zo'n enorme climax", verzuchtte Oomen, die knap als veertiende eindigde. "Ik ben nog nooit zo dicht bij afstappen geweest in een wedstrijd. Het was echt vechten om boven te komen. Om mij heen moesten jongens afstappen, dat geeft wel aan dat het echt steil was."

'Jammer dat Poels al vroeg moest lossen'

Mollema had voor de koers laten weten uit te kijken naar de steile muur in de absolute finale. "Het was dan ook mijn plan om te wachten tot de slotklim", zei de Groninger na de race. "Ik voelde me niet slecht, maar had uiteindelijk net niet de benen om met de besten mee te gaan."

Dumoulin had dat in eerste instantie ook niet, maar in de afdaling sloot hij toch nog aan bij Valverde, Bardet en Woods.

"Dat is heel knap en natuurlijk ook typisch Tom", aldus Veneberg. "Hij laat zich niet gek maken door een versnelling, maar blijft zijn eigen tempo rijden. Dat deed hij supergoed. Jammer genoeg had hij geen versnelling meer over in de sprint en werd hij vierde."

Naast het missen van een medaille, was het vroege lossen van Poels de enige andere teleurstelling voor de bondscoach. "Bij Wout is het óf zwart, óf wit. Vandaag was het duidelijk zwart. Hij werd gelost op een moment dat ook grote tenoren als Simon Yates en Michal Kwiatkowski eraf moesten, maar jammer is het wel."