Alejandro Valverde heeft zich zondag tot wereldkampioen wielrennen gekroond. Tom Dumoulin kwam na een zware rit van 258,5 kilometer vlak daarachter als vierde over de streep in het Oostenrijkse Innsbruck.

De 38-jarige Valderde toonde zich in de spectaculaire finale nipt de sterkste van een groepje van vier. De Fransman Romain Bardet eindigde als tweede en de Canadees Michael Woods kwam voor Dumoulin, die zich vlak daarvoor bij de koplopers had gevoegd, als derde over de streep.

Door de vierde plek van Dumoulin is Joop Zoetemelk nog altijd de laatste Nederlandse man die WK-goud veroverde in de wegrit. Sindsdien was er nog maar twee keer een podiumplek voor de Nederlandse profs, met zilver voor Steven Rooks in 1991 en brons voor Leon van Bon in 1997.

Bauke Mollema (twaalfde) was na Dumoulin de beste Nederlander in Oostenrijk. De Nederlandse formatie bestond verder uit Steven Kruijswijk, Sam Oomen, Wilco Kelderman, Wout Poels, Antwan Tolhoek en Pieter Weening.

Voor Valverde is het zijn eerste wereldtitel op de weg nadat hij al zes keer eerder in zijn loopbaan op het podium eindigde. Hij is met zijn 38 jaar en 158 dagen na Zoetemelk de oudste renner ooit die zich wereldkampioen mag noemen.

In 2015, 2016 en 2017 ging de regenboogtrui naar Peter Sagan, maar het parcours van dit jaar was niet weggelegd voor de 28-jarige Slowaak. Sagan moest met nog zo'n 70 kilometer te gaan lossen en stapte even later zelfs af.

Grote kopgroep van elf in beginfase

De wegwedstrijd voerde de renners zondag over een parcours met liefst 4.670 hoogtemeters. In de laatste 170 kilometer reden de renners zes rondjes van 23,9 kilometer, met elke keer een klim van 7,9 kilometer à 5,7 procent. Daarna volgde nog een rondje van 31 kilometer, met de Höll-klim als absolute blikvanger. Die heuvel van 2,8 kilometer kende een gemiddelde stijging van 11,5 procent en een maximum van 28 procent.

Na zo'n 10 kilometer koers vormde zich de vlucht van de dag, met daarin geen Nederlanders. Kasper Asgreen (Denemarken), Robert Britton (Canada) en Tobias Ludvigsson (Zweden) sloegen een gaatje met het peloton en kregen even later gezelschap van nog acht renners.

Het peloton, met daarin alle favorieten, deed zoals verwacht geen moeite om de grote kopgroep te achterhalen en zag de achterstand al snel oplopen tot ruim zes minuten. Dumoulin reed door een probleem met zijn fiets even in een groepje achter het peloton, maar de Limburger haakte met behulp van Sam Oomen snel weer aan.

Het tempo in het peloton lag op dat moment nog niet hoog en dat was ook te zien aan de voorsprong van de kopgroep, die vlak voor het eerste rondje liefst negentien minuten bedroeg.

Poels en Yates moeten verrassend lossen

De Nederlandse renners lieten zich lange tijd niet aan kop zien, maar de marge van de voorste groep werd onder leiding van de Slovenen en Oostenrijkers 100 kilometer voor de meet wel geleidelijk teruggebracht tot negen minuten.

Met nog 65 kilometer te gaan - de kopgroep werd steeds kleiner en koesterde nog maar een voorsprong van vijf minuten - was de eerste serieuze aanval een feit. Greg Van Avermaet sloeg een gaatje en kreeg Omar Fraile (Spanje) en Damiano Caruso (Italië) met zich mee, terwijl ook de uit de kopgroep geloste Hnik zich bij hen voegde.

Ook de Nederlanders begonnen zich op dat moment te roeren. Steven Kruijswijk en Oomen probeerden het gat te verkleinen en ook Tolhoek liet zich van voren zien, waarna de groep Van Avermaet snel werd ingerekend. Ondertussen moest Poels in de voorlaatste ronde zeer verrassend lossen, terwijl ook Simon Yates, Daniel Martin en Ilnur Zakarin het tempo niet meer bij konden benen.

Dumoulin blijft als enige Nederlander overeind

De voorsprong van de kopgroep was weliswaar flink teruggelopen, maar Asgreen en de Noor Vegard Stake Laengen gingen 30 kilometer voor de finish wel met een voorsprong van bijna 2,5 minuut de laatste ronde in. Met nog 23 kilometer te gaan werden ook zij ingerekend, waarmee de finale eindelijk kon beginnen.

De Nederlandse ploeg, nog met zes renners vertegenwoordigd, toonde zich sterk met aanvallen van Kruijswijk en Oomen, waardoor onder anderen Vincenzo Nibali en Van Avermaet moesten lossen.

Het regende vervolgens aanvallen, maar de Deen Michael Valgren was de enige die daadwerkelijk een gaatje wist te slaan. Op de loodzware slotklim werd hij alsnog ingerekend, terwijl bijna alle Nederlanders in moeilijkheden kwamen. Alleen Dumoulin hield stand en had de uit Woods, Bardet en Valverde bestaande kopgroep in zicht.

De Limburger wist het gat op de klim niet te verkleinen, maar voegde zich door een uiterste krachtsinspanning in de afdaling alsnog bij het drietal. Dumoulin mocht nog even hopen op de historische wereldtitel of in ieder geval een medaille, maar hij had niet meer de benen om een podiumplek te bemachtigen.

Zaterdag stond de wegwedstrijd bij de vrouwen al op het programma. Anna van der Breggen was oppermachtig en soleerde naar het goud, voor de Australische Amanda Spratt (zilver) en de Italiaanse Tatiana Guderzo (brons).