Een Nederlandse wereldtitel bij de mannen is 33 jaar geleden, de laatste podiumplek dateert van 1997. De Oranje-formatie heeft zondag bij de WK in Innsbruck niet de topfavoriet in huis, maar door de zeer sterke generatie wielrenners is er zeker hoop op Nederlands goud.

"We hebben een heel goede selectie met allemaal klimmers, dus het kan zeker dat een Nederlander wereldkampioen wordt", zegt Wout Poels in gesprek met NUsport. "Maar dan moet het wel meezitten, bij een WK moet álles kloppen."

Joop Zoetemelk is nog altijd de laatste Nederlandse man die de regenboogtrui veroverde in de wegrit. De voormalige Tour-winnaar reed in 1985 in het Italiaanse Giavera del Montello in de finale weg uit een sterke kopgroep en verwees de Amerikaan Greg LeMond en de Italiaan Moreno Argentin naar respectievelijk zilver en brons.

Sindsdien was er nog maar twee keer een podiumplek voor de Nederlandse profs, met zilver voor Steven Rooks in 1991 en brons voor Leon van Bon in 1997. Deze eeuw zijn een vierde plek van Erik Dekker (2001) en een vijfde plek van Lars Boom (2012) de beste WK-resultaten van de Oranje-renners.

Met topklimmers als Poels, Tom Dumoulin, Bauke Mollema en Steven Kruijswijk en een 258,5 kilometer lang parcours met liefst 4.670 hoogtemeters is het reëel om te geloven dat Zoetemelk eindelijk een opvolger krijgt.

"In de breedte hebben we een heel sterke ploeg", aldus Mollema. "Maar we hebben niet een van de topfavorieten. Ik denk dat wij het ervan moeten hebben dat we er nog met meerdere mannetjes bij zitten in de finale en dat we dan het spel kunnen spelen."

'We hebben niet één uitgesproken leider'

Dumoulin (de nummer twee van de Giro en de Tour dit jaar), Poels (de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik in 2016) en Mollema (de winnaar van de Clásica San Sebastián in 2016) lijken op de papier de speerpunten van de Nederlandse ploeg, die niet één absolute kopman zal hebben.

"We hebben niet één uitgesproken leider waar we vol voor gaan", aldus Dumoulin. "We hebben wel een paar jongens die een goede koers kunnen rijden. En ja, normaal zou ik een van die renners moeten zijn."

De Limburger heeft echter al wel de ploegentijdrit van afgelopen zondag (zilver) en de individuele tijdrit van woensdag (ook zilver) in de benen, waardoor hij zich vrijdag nog steeds niet helemaal 100 procent voelde.

"Ik heb er desondanks wel vertrouwen in dat ik op een goed niveau kan zijn op zondag", stelt Dumoulin. "Maar toch, ik heb nog nooit een topresultaat behaald in een klassieker, dus ik ben absoluut niet een van de favorieten. Dat zijn mannen als Julian Alaphilippe, Alejandro Valverde en Simon Yates."

"De slotklim is echt extreem zwaar'

Aan het parcours van zondag zal het in ieder geval niet liggen. De Nederlandse renners zijn stuk voor stuk meer dan tevreden met de zware route in en rond Innsbruck. In de laatste 170 kilometer rijden de renners zes rondjes van 23,9 kilometer, met elke keer een klim van 7,9 kilometer à 5,7 procent.

De koers eindigt met een slopend rondje van 31 kilometer, met voor de zevende keer de klim naar Igls gevolgd door de nu al gevreesde Höll-klim. Die heuvel is 2,8 kilometer lang en heeft een gemiddelde stijging van 11,5 procent, met een maximum van 28 procent. Op de top van deze klim is het nog 8,1 kilometer naar de streep in Innsbruck.

"Wat betreft het aantal hoogtemeters is dit waarschijnlijk het zwaarste parcours van deze eeuw", aldus Mollema. "En die laatste, steile beklimming is echt extreem zwaar en zal voor grote verschillen zorgen, zeker na zo'n slopende koers. Ik vind het een mooi parcours en heb veel zin in de koers."

De profs starten om 9.40 uur in Kufstein. De finish wordt verwacht rond 16.40 uur. Namens Nederland starten naast Poels, Dumoulin, Mollema en Kruijswijk ook Wilco Kelderman, Sam Oomen, Antwan Tolhoek en Pieter Weening. De Slowaak Peter Sagan won de laatste drie keer goud bij de WK-wegrit.