Danny van Poppel is teleurgesteld dat hij dinsdag niet mee kon strijden om de ritzege in de Vuelta a España. De sprinter van Lotto-Jumbo baalt vooral van de manier waarop zijn team zich liet aftroeven in de slotkilometer. 

"De ploeg deed vandaag superwerk, maar we lieten ons wegduwen", zei Van Poppel na de tiende etappe. "Ik voelde me goed en kwam naar mijn gevoel nog sterk opzetten in de sprint, maar de prijzen waren toen al verdeeld."

De 25-jarige Nederlander kwam uiteindelijk als zesde over de streep en moest toekijken hoe Quick-Step Floors-renner Elia Viviani eenvoudig naar zijn tweede dagzege van deze Vuelta sprintte.

In de eerste vlakke etappes greep Van Poppel ook naast de overwinning. In de derde rit trok Viviani voor de eerste keer aan het langste eind, in de zesde etappe werd Van Poppel tweede achter Nacer Bouhanni en in de achtste etappe eindigde de Nederlander als derde.

'Alles moet een keer goed vallen'

Toch houdt van Poppel nog hoop dat hij zich deze Ronde van Spanje een keer dagwinnaar mag noemen. "Mijn vorm is goed, maar alles moet een keer goed vallen. Daar hebben de ploeg en ik ook veel vertrouwen in."

Van Poppel, die in de Vuelta van 2015 voor de eerste en tot dusver enige keer een etappe in een grote ronde won, krijgt nog meerdere kansen op de zege. De 12e, 18e en 21e etappe zijn allemaal vlak.

Woensdag staat eerst nog een heuvelrit op het programma in de Vuelta. Het peloton vertrekt uit Mombuey en komt 207,8 kilometer later aan in Luintra.