Steven Kruijswijk is nieuwsgierig of hij in de Vuelta a España net als in de Tour de France drie weken lang tot het gaatje kan gaan. De klimmer van Lotto-Jumbo mikt wederom op een plek in de top vijf van het klassement.

In de Tour maakte de 31-jarige Brabander veel indruk, onder meer met zijn lange ontsnapping in de rit naar de Alpe d'Huez. Hij werd toen vlak voor de meet ingehaald.

Sinds het eind van de Tour reed Kruijswijk alleen nog de Clásica San Sebastián. Hij staat daardoor uitgerust aan de start van de Vuelta, die zaterdag begint met een individuele tijdrit in Málaga. "Ik voel me goed, ben nog fris en hoop dat de vorm van Frankrijk er nog is."

Hij twijfelde lang of hij na de Tour wederom drie weken vol voor het klassement zou gaan in Spanje, of misschien toch op dagsucces zou mikken. Die eerste optie voelt uiteindelijk beter, erkent Kruijswijk.

"Natuurlijk is het een beetje afwachten wat er fysiek nog in de tank zit. Misschien blijkt wel dat het voor mij makkelijker is de top vijf te behalen dan een ritzege. Het is echt een uitdaging twee grote ronden achter elkaar voor een goede einduitslag te knokken."

In voetsporen Froome en Dumoulin

Kruijswijk is ook benieuwd of hij hetzelfde kan leveren als Chris Froome en Tom Dumoulin. Zij reden voor de Tour ook al de Giro d'Italia. Froome won die koers en eindigde vervolgens als derde in de Tour. Dumoulin werd in beide koersen tweede.

"Wat zij presteerden, was van nog hoger niveau. In mijn geval zou twee keer de top vijf al heel mooi zijn. Dus dat is een beetje het idee. Bovendien wil ik weer zo aanvallend rijden als tijdens de Tour."

De coureur van Lotto-Jumbo vindt dat het vooral een mentale kwestie is om drie weken opnieuw continu de focus vast te houden. Hij won advies in bij Froome, die hij bij het criterium in Etten-Leur trof.

"Hij zei dat het een mentale kwestie is om na een goede Tour ook nog een Vuelta op hetzelfde niveau te presteren. 'Je hebt een enorme basis, maar kun je nog een keer drie weken achter elkaar afzien en er elke dag voor gaan?' Dat telde volgens Froome nog zwaarder mee dan de fysieke weerbaarheid."