Lars Boom, die na twee jaar in buitenlandse dienst is teruggekeerd op het oude nest, hoopt Lotto-Jumbo in het komende wielerseizoen de eerste zege in een voorjaarsklassieker sinds 2010 te schenken.

"Ik wil heel graag een klassieker winnen, dat is een belangrijk doel voor mij", zegt de 30-jarige Boom voor de camera van NUsport. "Daar zijn we hard voor aan het werk en ik ben op de goede weg."

De Brabander reed tussen 2009 en 2014 al op World Tour-niveau voor Rabobank en Belkin, de voorgangers van Lotto-Jumbo. Twee jaar geleden stapte hij over naar het Kazachstaanse Astana, waar hij in zijn eerste seizoen met de vierde plek in Parijs-Roubaix zijn beste prestatie ooit neerzette in een 'monument'.

Boom is naar eigen zeggen rustiger geworden in zijn twee seizoenen bij Astana, maar hij is blij dat hij nu weer terug is bij zijn oude ploeg.

"Ik voelde me zeker op mijn plek bij Astana en ik heb daar geleerd om finales te rijden in koersen als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Maar ik kreeg in de klassiekers zelf niet altijd de steun die ik nodig had en ik denk dat ik die bij Lotto-Jumbo wel zal krijgen."

Kopman

Boom zal in de voorjaarsklassiekers worden uitgespeeld als de absolute kopman van Lotto-Jumbo. Hij vervangt in die rol de Belg Sep Vanmarcke, die vertrokken is naar het Amerikaanse Cannondale-Drapac.

"Daarom ben ik ook naar Lotto-Jumbo gekomen, om de absolute kopman te zijn", stelt Boom. "Ik denk niet dat ik de overstap had gemaakt als Sep was gebleven."

Vanmarcke deed in zijn vier jaar bij de Nederlandse World Tour-formatie vaak mee om de ereplaatsen in de grote eendagskoersen in het voorjaar, maar ook hij kon Oscar Freire niet opvolgen.

De Spanjaard is door zijn zege in Milaan-San Remo in 2010 nog steeds de laatste renner die namens Lotto-Jumbo of zijn voorgangers een voorjaarsklassieker wist te winnen.

Groeien

Boom heeft er vertrouwen in dat hij en zijn ploeg goed genoeg zullen zijn om in maart en april af te rekenen met die zegeloze jaren.

"We hebben een enorm sterke ploeg voor de klassiekers, met een aantal jongens achter mij die ook heel lang mee kunnen en van groot belang kunnen zijn voor mij in de finale. Dat is een fijn gevoel."

"Ik heb de ploeg bovendien heel erg zien groeien in de afgelopen twee jaar, zowel wat betreft materiaal als in de begeleiding van de renners. Ook daarom ben ik teruggekomen."