Robert Gesink begon zondag in zijn eerste Amstel Gold Race in vier jaar in de voorste groep aan de laatste beklimming van de Cauberg, maar de Nederlander kon op de scherprechter van de Limburgse klassieker niet met de allerbesten mee.

"We hebben ingezet op wachten en kijken wat je waard bent op de laatste klim", aldus Gesink, die als 23e de finish in Berg en Terblijt passeerde.

"Dat is min of meer alles of niets spelen en uiteindelijk was het in mijn geval niet wat ik gehoopt had. Maar als je ziet welke mannen hier naar een goede uitslag rijden, dan kun je ook niet verwachten dat ik daar even tussen sprint."

De 29-jarige Gesink doelt daarbij op sprinters als winnaar Enrico Gasparotto, Sonny Colbrelli (derde), Bryan Coquard (vierde) en Michael Matthews (vijfde).

"De laatste keer Cauberg, natuurlijk is dat gokken. Het zou mooi zijn als je daar als een speer naar boven kunt vertrekken, maar dit was wat erin zat vandaag voor mij."

"Ik zat rond de vijftiende plaats aan de voet van de Cauberg, dat is op zich prima. Maar die laatste sprint omhoog was erg hectisch. Ze gingen eerst rechts richting de hekken en daarna links, ik moest nog een keer flink remmen."

"Het was daardoor geen goede laatste beklimming, maar het is niet zo dat ik anders Gasparotto had kunnen volgen. De Cauberg is dan misschien net wat te kort voor mijn type renner."

Mogelijkheden

Voor Gesink was het zondag de eerste keer dat hij de Amstel Gold Race reed op het 'nieuwe' parcours, met de finish 1,8 kilometer na de laatste klim. In 2012 was de streep nog boven op de Cauberg getrokken.

"Ik vind het nog steeds een mooie koers, maar een aankomst boven op de Cauberg zou wel mijn voorkeur hebben. De keer dat ik derde werd (in 2009, red), demarreerde ik op de Keutenberg. Die finale gaf iets meer mogelijkheden dan nu."

"Je ziet ook wel een beetje verandering in de wielersport, de 'oudere' sprinters die geen heuveltje over kunnen zijn er niet echt meer. Er zijn steeds meer mannen die én heel rap zijn én nog wat klimmetjes over kunnen."

Energievoorraad

De 51e editie van de Gold Race ontbrandde daardoor pas echt in de laatste paar kilometers. "Natuurlijk val ik ook het liefst de hele dag en overal waar het maar kan aan, maar dat is in deze koers heel erg lastig", stelt Gesink.

"Zeker als de wind staat zoals-ie vandaag stond, dan is de kans groot dat je vooral je eigen energievoorraad aan het uitputten bent en niet die van de rest."

"Tim Wellens was misschien wel de sterkste man in koers, het was fantastisch hoe hij wegreed op de Bemelerberg. Maar dat wil niet zeggen dat dat het slimste was om te doen. Als een ploeg als Orica-GreenEdge tempo blijft rijden, dan moet je wel van heel goeden huizen komen wil je daarvan weg rijden."

Gesink zal zich nu gaan richten op de Waalse Pijl van woensdag. "Dat is weer een heel andere koers, daar gaat het er gewoon om wie het hardst een berg op kan rijden."