Vorig jaar brak hij door met drie gouden medailles bij de EK baanwielrennen, maar Jeffrey Hoogland (22) voelt geen extra druk voor de WK van komende week in Londen.

"Ik ben eigenlijk net zo nuchter gebleven", antwoordt Hoogland op de vraag wat er sinds vorig jaar voor hem veranderd is. "Ik merk dat er meer aandacht is voor de sport, maar daar geniet ik alleen maar van. Of er nu goud achter mijn naam staat of niet, dat maakt het niet heel anders voor mij."

De geboren Nijverdaller maakte vorig jaar oktober bij de EK in het Zwitserse Grenchen indruk met titels op de sprint, de 1 kilometer tijdrit en de teamsprint. Een halfjaar eerder had hij zijn talent al aangekondigd met een vierde plaats op de sprint bij de WK in Saint-Quentin-en-Yvelines.

"Natuurlijk heb ik nu een ander verwachtingspatroon", kijkt Hoogland vooruit naar de WK die van woensdag tot en met zondag in Londen plaatsvinden.

"Ik ben vorig jaar net naast het podium geëindigd op de sprint, dat wil ik liever niet nog een keer. Ik verwacht dus wel wat van mezelf, geloof dat ik goed genoeg ben om te presteren, maar niet per se omdat de buitenwereld dat ook van mij verwacht. Ik blijf vooral naar mezelf kijken."

Teamsprint

Hoogland komt in de Engelse hoofdstad in actie op de sprint, maar hij ziet de teamsprint als het belangrijkste onderdeel. De drievoudig Europees kampioen werkt namelijk al vier jaar zeer intensief samen met zijn generatie- en teamgenoten Nils Van 't Hoenderdaal (22), Matthijs Büchli (23) en Hugo Haak (24).

"We hebben de teamsprint altijd vooropgesteld, omdat we er van overtuigd zijn dat dat ons allemaal ontwikkelt. Natuurlijk ben ik net zo blij met een medaille op de sprint, maar omdat we met z'n vieren zo hard hebben gewerkt en elkaar beter hebben gemaakt, staat de teamsprint voor ons voorop."

Het kwartet baansprinters is de afgelopen jaren ook een vriendengroep geworden. "We zijn meer dan alleen collega's", stelt Hoogland. "Alles wordt uitgesproken, we proberen zo min mogelijk frustraties te hebben in het team. Dat moet ook als je zoveel met elkaar werkt."

Indringer

Eind vorig jaar kwam er met herintreder Theo Bos opeens een 'indringer' in de ploeg die komende zomer in Rio de Janeiro op de olympische teamsprint hoopt te oogsten. Er mogen maximaal vier sprinters naar de Spelen, dus er zal er nog zeker één moeten afvallen.

"In het begin vroeg ik me eerlijk gezegd wel af wat Theo dacht hier te komen doen", aldus Hoogland, die in Londen nog de teamsprint zal rijden met Van 't Hoenderdaal, Büchli en Haak. "Wij zijn Europees kampioen, een goed team dat op elkaar is ingespeeld, dus ik dacht: kom maar eens op het niveau dat je met ons mee kan doen."

"Maar Theo heeft zich heel goed opgesteld, hij wil echt betrokken zijn bij ons. En als hij het team sneller kan maken, dan is het nooit slecht dat hij erbij komt."

De jonge sprinters praten regelmatig met de 31-jarige Bos over zijn eerste periode in het baanwielrennen, toen hij in het vorige decennium onder meer vijf keer wereldkampioen werd.

"Theo zegt dat hij als jaren eerder had geweten hoe wij nu trainen, dat er dan nog veel meer voor hem had ingezeten. De sport ontwikkelt zich inderdaad, het is een krachtsport geworden. Vroeger was je gek als je met een grote versnelling reed, maar tegenwoordig zijn we zo sterk dat we er hard mee kunnen fietsen. Dat heeft het niveau van de sport omhoog gebracht."