De Noord-Amerikaanse vakbond voor wielrenners (ANAPRC) heeft dinsdag hard uitgehaald naar de UCI vanwege de gebrekkige veiligheid in de Ronde van Qatar.

Volgens de ANAPRC handhaaft de internationale wielerunie de eigen regels niet en zou de UCI niet optreden tegen de falende organisatoren van wielerkoersen.

"De UCI legt de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de veiligheid bij organisatoren, maar als die er niet in slagen om voor een veilig parcours te zorgen treedt de UCI daar niet tegenop", klaagt de vakbond op Twitter.

"De (uitstekend doordachte) richtlijnen van de UCI zijn nu slechts suggesties en moeten herzien worden. De UCI moet bindende richtlijnen opstellen voor veiligheid in de laatste vijf kilometer van een koers."

Dinsdag ging een flink aantal renners onderuit in de laatste kilometer van de tweede etappe in Qatar. Daarbij liep de Nederlander Barry Markus (Roompot) een gebroken sleutelbeen op nadat het peloton plotseling moest afwijken voor obstakels op de weg.

Gezond verstand

Michael Carcaise, directeur van de ANAPRC, maakt zich er tegenover Cyclingnews hard voor dat organisatoren van koersen zich voortaan moeten committeren aan bindende regels van de UCI.

"We pleiten er niet voor dat alle risico's weggenomen moeten worden, maar slechts dat organisatoren hun gezonde verstand gebruiken en zich aan de simpelste regels houden bij het creëren van een veilig parcours in de laatste kilometers van een race."

"De UCI moet de lat wat betreft veiligheid hoger leggen voor organisatoren van wedstrijden. De voorgestelde richtlijnen zijn niet goed genoeg", aldus Carcaise.

In de huidige regels van de UCI wordt alleen de nadruk gelegd op veiligheid in de laatste 300 meter van een koers. Rijders zouden bovendien maar summier gewezen worden op verkeersobstakels. Het wielerpeloton roept al langer om striktere regels ten aanzien van veiligheid.