De renners en de leiding van de wielerploeg Giant-Alpecin zijn aangeslagen na het zware trainingsongeluk van een groot deel van het team bij het Spaanse Calpe.

"Het was een hele zware dag voor de ploeg en de renners hebben tijd nodig om te herstellen'', zei ploegmanager Iwan Spekenbrink zondag.

"Het team voelt als een groep met broers en zussen. Door elkaar bij te staan, zal de ploeg hier sterker uitkomen dan ooit."

Spekenbrink vertelde aan Cyclingnews dat de families van alle getroffen renners op de hoogte gebracht konden worden voordat het nieuws via (sociale) media naar buiten kwam.

"Dit is natuurlijk een zware klap voor de ploeg, maar ook voor families van de renners. We weten allemaal dat valpartijen gebeuren in het wielrennen, maar zo'n crash hoort niet bij de sport."

"Ik heb de foto's gezien van de fietsen die op de grond lagen; ik had er geen woorden voor toen ik die beelden zag. Een heleboel renners hebben de crash gezien en zij zijn natuurlijk ook allemaal in shock."

Traumahelikopter

De zes renners raakten allemaal gewond bij de aanrijding met een auto. Met name de Amerikaan Chad Haga was zwaar gehavend. Hij is met een traumahelikopter naar een ziekenhuis gevlogen, waar wonden in zijn nek en kin zijn gehecht. Ook is een gebroken oogkas vastgesteld.

Klassiekerspecialist John Degenkolb heeft een gehavende vinger en een onderarm gebroken, terwijl de Franse klimmer Warren Barguil een pols heeft gebroken. De Duitse sprinter Max Walscheid heeft een hand en scheenbeen gebroken en moet waarschijnlijk onder het mes.

Ramon Sinkeldam en Fredrik Ludvigsson zijn er redelijk goed afgekomen met alleen wat schrammen en blauwe plekken.