Chris Froome baalt ervan dat er nog steeds veel twijfel is rond zijn prestaties in de Tour de France, maar beseft dat beschuldigingen van dopinggebruik nooit zullen verdwijnen.

De winnaar van de laatste editie van de Ronde van Frankrijk liet onlangs data van fysieke tests vrijgeven en deed dat tijdens de Tour ook al, maar volgens de Brit is dat tegen beter weten in.

"Je kunt bestanden en data publiceren, maar wat bereik je er uiteindelijk mee? De mensen die beweren dat we valsspelen pikken er dan toch weer iets uit waarvan ze zeggen dat het niet klopt", zegt Froome in een interview met Procycling.

"Bij het WADA en de UCI beschikken ze over specialisten en het is hun werk om bloedwaarden te analyseren en veranderingen vast te stellen. Als zij geen problemen tegenkomen bij onze tests, waarom mensen op Twitter dan wel? Op social media wordt veel twijfel gezaaid door mensen die geen kennis van zaken hebben."

Vrijdag publiceerde het Britse tijdschrift Esquire data van twee fysieke tests die de tweevoudig Tourwinnaar onderging in 2007 en 2015. Die gegevens had de 30-jarige Froome zelf aangeleverd.

Uit de data bleek dat het grootste verschil tussen het begin van zijn loopbaan in 2007 en zijn Tourzege in 2015 zijn gewicht is.

Vijandig

Froome kreeg gedurende zijn laatste Tourzege dagelijks vragen over doping. De geboren Keniaan en zijn teamgenoten van Sky kregen in een aantal plaatsen een vijandige ontvangst van de fans in Frankrijk door de dopingbeschuldigingen in de media. Zo werd er gespuugd richting de Sky-renners en kreeg Froome urine naar zich toe gegooid.

"Tijdens de Tour leek het wel of negentig procent van de mediaberichten geruchten over oorzaak van onze prestaties waren. Het voelde alsof dat interessanter was dan wat er op dat moment in de koers gebeurde", aldus Froome.

"Alles wat er gebeurde, mijn ploeggenoten die geslagen werden en de urine die werd gegooid, dat was belachelijk. Het grensde aan het walgelijke."

Toch liet Froome zich daardoor niet van de wijs brengen. "Tegelijkertijd was het slechts een soort ruis dat langs ons heenging. Het bracht ons als ploeg dichter bij elkaar. We wilden elkaar niet laten vallen."