De Tour de France leek voor Steven Kruijswijk op een teleurstelling uit te draaien, maar de klimmer van Lotto-Jumbo wist zich in de laatste Alpenritten toch nog te laten zien.

"De eerste weken waren voor mij wat minder en daarna is het in de Alpen wel goed gegaan", analyseert de Brabander in gesprek met NU.nl.

"Ik kwam een beetje laat op gang, maar het kwam er gelukkig nog uit. Ik heb het eerlijk gezegd liever zo dan andersom."

Kruijswijk dacht zaterdag nog even aan een ontsnapping in de twintigste rit naar Alpe d'Huez. "Ik heb het geprobeerd, maar al snel werd er tempo gereden en toen begonnen Quintana en Valverde al aan te vallen."

Toen besloot Kruijswijk bij zijn kopman Robert Gesink te blijven. "Ik was zelf wel goed en heb hem het laatste stukje er doorheen getrokken. Het was voornamelijk die andere jongens volgen, dat was de opdracht."

De nummer zeven van de Giro d'Italia vindt dat Gesink content moet zijn met zijn zesde plek in het eindklassement. "De doelstelling was top tien en als je dan zesde wordt met die grote mannen voor je, doe je het gewoon heel goed."