Robert Gesink verloor zaterdag op de slotklim in Mende ruim 50 seconden op leider Chris Froome, maar de nummer zeven van het Tourklassement was content dat zijn concurrenten geen tijd op hem pakten.

"Zoals ik aan het begin gezegd heb, richt ik me op de mannen die van mijn niveau zijn", doelt de kopman van Lotto-Jumbo op iedereen behalve het viertal Froome, Alberto Contador, Nairo Quintana en Vincenzo Nibali.

"Die kunnen grote rondes winnen en daar schaar ik mezelf niet onder. Ik zat nu met al mijn naaste concurrenten en dat was het maximale. Ik probeerde ze eraf te rijden, maar dat lukte niet."

Bauke Mollema liet zich net als twee dagen geleden op Plateau de Beille door Gesink naar de finish loodsen. "Hij had vandaag waarschijnlijk niet zo'n zin, want ik bepaalde het tempo."

Dikke Spanjaard

Gesink vindt het vooral prettig dat hij elke dag hetzelfde niveau weet te halen. "Ik blijf heel constant en daar ben ik wel tevreden over. Het nadeel is wel dat je elke dag het maximale moet geven, maar dat is klassement rijden en dat maakt de Tour ook zo zwaar."

"We moesten vrijdag al volle bak sprinten. Dan moet ik mezelf helemaal binnenstebuiten trekken na een heel warme dag. Nu kwam ik er eigenlijk wel redelijk door. Het was minder warm en in de finale was ik eigenlijk best wel goed."

De Achterhoeker kwam in de beginfase van de etappe nog met de schrik vrij bij een valpartij waar teamgenoten Tom Leezer en Laurens ten Dam ook bij betrokken waren. "Ik viel gelukkig bovenop een dikke Spanjaard, het was meer omvallen."

"Daardoor moesten we wel twintig kilometer in de achtervolging en misten we het hele begin van de koers. Gelukkig heb ik gewoon alles kunnen geven op die laatste klim."

Gesink zag concurrent Nibali, de enige van de 'grote vier' die nog onder hem staat in het klassement, wel 21 seconden dichterbij komen. "Knap van hem dat hij zich hier wat herstelt."