Tour de France

Ten Dam baalt gigantisch dat hij Gesink niet kon helpen

Laurens ten Dam had er donderdag de pest in dat hij in de stromende regen op Plateau de Beille zijn kopman Robert Gesink niet kon helpen nadat die lek reed.

"Ik trok nog een enorme sprint om bij Gesink te komen en die werd net op gang geduwd. Hij had natuurlijk net de benen stil gehouden, dus sprintte meteen weg", aldus de renner van Lotto-Jumbo, die als 26e eindigde in de twaalfde rit.

"Ik baal er gigantisch van dat ik hem niet kon helpen. Zo zie je maar hoe belangrijk het is om er altijd kort achter te zitten. Ik kwam bij hem in de buurt, maar raakte er net niet bij."

De zware omstandigheden op de slotklim deden Ten Dam denken aan een heroïsche etappe uit het verleden. "Dit hoort erbij, ik heb ook bijna staan juichen toen Pantani in 1998 in de stromende regen won op Les Deux Alpes."

"Het was apart om in dit weer te rijden, echt een gigantisch gevecht. Gelukkig kwam ik in een groepje met Tony Gallopin terecht en die kon ik goed volgen."

Ouders

Ten Dam moest na zijn korte interview opnieuw de regen in om het Plateau de Beille af te dalen naar de teambussen. Gewapend met een fluitje begon de klimmer aan die tocht.

Hij kon zijn ouders, die aan de voet van de klim in een tentje sliepen en naar de top waren gelopen, nog net begroeten.

Lees meer over:
Tip de redactie