Deze week is het een jaar geleden dat de Nederlandse wielrenners vragenlijsten over doping moesten inleveren. Het was een belangrijke stap om de sport weer geloofwaardig te maken.

Een jaar na de stroom aan bekentenissen van oud-renners is de rust in het peloton teruggekeerd. Toch gebeurt er achter de schermen nog genoeg op het gebied van dopingbestrijding.

NUsport sprak met de vier mensen die daar het meest bij betrokken zijn. Manager Iwan Spekenbrink van Giant-Shimano en Belkin-manager Richard Plugge vanuit de ploegen, directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit en KNWU-directeur Huib Kloosterhuis.

In deel 1 komen zij aan het woord over de verandering die het wielrennen heeft doorgemaakt, ploegen die zelf actie ondernemen en het aantal controles.

Hoe staat het wielrennen ervoor ten opzichte van een jaar geleden?
Spekenbrink: "Eerst en vooral ziet iedereen dat het prestatieniveau de laatste jaren naar beneden is gegaan. Dat is de allerbelangrijkste indicator dat het dopinggebruik is afgenomen. Met beter materiaal en betere voeding gaan de renners minder hard. De wielersport reageerde eerst verkrampt, maar heeft inmiddels erkend dat er een probleem is. Het is moeilijk om de eigen vuile was buiten te hangen en dat is met vallen en opstaan gebeurd. Daar moet de sport een grote pluim voor krijgen, net als de sporters die gepionierd hebben. Het wielrennen heeft absoluut een voorlopersrol en ik hoop dat andere sporten het voorbeeld gaan volgen. Het enige probleem is dat er telkens een signaal van de buitenwereld nodig is om het wielrennen in actie te laten komen. Nu moet dat vanuit de sport zelf gaan gebeuren."

Plugge: "Iedereen is zich een jaar geleden wel rot geschrokken en heeft daar veel lering uit getrokken. De buitenwereld heeft het wielrennen een les geleerd en die is ter harte genomen. Sport in het algemeen ontwikkelt zich op het gebied van dopingbestrijding steeds verder en wielrennen loopt inmiddels wel voorop. Dit is de eerste keer dat een journalist mij vraagt naar doping terwijl dat vorig jaar telkens gebeurde."

Ram: "In de afgelopen tien jaar is er heel veel veranderd en we praten over een ander wielrennen dan tien jaar geleden. Het is niet dat er geen problemen meer zijn. Wat ons vooral boeit is hoe die zullen beklijven. Het gestructureerde dopinggebruik met betrokkenheid van velen wordt niet meer gezien. Wat dat betreft is er een heel grote verschuiving. Incidenteel dopinggebruik, door een renner zelf besloten, dat zien we natuurlijk nog steeds. Het aantal zaken is nog niet in de buurt van nul. Voorzover er nog gebruikt wordt, zie je dat men nog steeds erg goed op de hoogte is van wat er getest wordt. Er wordt gezocht in de marge naar aicar, koolmonoxide en xenon. Men hoopt toch nog dat het kan. Sowieso ben ik niet zo'n optimistisch mens dat je doping de wereld uit kunt krijgen."

Kloosterhuis: "Ik denk zelf dat de cultuurverandering tussen de vijf en tien jaar gaat duren. We zijn op de goede weg, maar die cultuur van vijftig jaar kunnen we niet zo even veranderen. Wat heel belangrijk is, is dat het wielrennen zelf ziet dat het wil veranderen. Binnen de ploegen die we nu aan het rijden hebben, speelt het al veel minder. Deze week hebben we met hen gesproken over het dopingbeleid en volgende week komen alle continentale ploegen. We hebben een heleboel sessies gehad met oud-renner Rudi Kemna, die dopinggebruik bekende en nu ploegleider is van Giant-Shimano, om de verenigingen langs te gaan als voorlichter. We hebben Peter Nicholson van de hervormingscommissie van de UCI deze week ook op bezoek gehad om te horen wat we als Nederland hebben gedaan."

Wat moet er nog veranderen binnen de wielersport?
Spekenbrink: "Heel belangrijk is dat we bij elke beslissing in de wielerwereld de geloofwaardigheid in acht nemen. De natuur van de mens is dat overleven hoe dan ook belangrijker is dan ethiek. In het rapport van de commissie-Sorgdrager staat ook dat je mensen perspectief moet bieden. We moeten voorzichtig zijn om er weer de ultieme competitiesport van te maken. Renners moeten weten dat ze drie jaar bij een ploeg kunnen blijven. Dan mag je ook verantwoordelijkheid verwachten dat ze de sport niet beschadigen. Dan moeten er wel minder koersdagen komen en kun je geen rondes meer doen waarbij je om 12 uur 's nachts in het hotel komt en de volgende dag weer moet fietsen. Dat kan een gezond mens amper aan."

Ram: "Er liggen kansen voor de sport en of die ook gegrepen worden, moeten we afwachten. Het nadeel is dat ze nooit opnieuw beginnen. Er is een traditie en je kunt nooit een heel nieuw peloton met een nieuwe generatie begeleiders aanstellen. Zeker de begeleiding en de oudere renners hebben veel ervaring met doping in het peloton. De nieuwe generatie zit er echt anders in en is anders opgeleid. Maar doping komt ergens vandaan, er zijn ook handelaren en belangen en dat is wel kwetsbaar."

Is het een goede ontwikkeling dat ploegen zoals Sky zelf actie ondernemen tegen renners?
Spekenbrink: "Dat is zeker goed. Je kunt nooit weglopen voor je eigen verantwoordelijkheid, al doet de ene ploeg het wat beter dan de ander. We moeten alleen niet verwachten dat de ploegen het wel even op gaan lossen. We moeten voorkomen dat het aantrekkelijk is om te gebruiken. Het is moeilijk om renners zelf te onderzoeken omdat er maar af en toe een waarde te zien is. Dat geldt nu ook voor Sergio Henao bij Sky, ga maar eens bewijzen dat het doping is. Er is te weinig data om dat met behoorlijke zekerheid te zeggen. Het is wat dat betreft iets veiliger om met jonge talenten te werken. Sommige ploegen kiezen ervoor om niet met mensen te werken die ooit doping hebben gebruikt. Volgens mij ligt het aan de intenties van de persoon. Wil iemand absoluut een schone? In het verleden waren er alleen weinig mensen die zich niet drogeerden, dus het is moeilijk om mensen te vinden die het niet hebben gedaan. Bij die mensen heb ik wel meer gevoel en zij moeten er ook voor beloond worden."

Plugge: "Een ploeg als Sky is goed bezig, alleen ik denk dat wij in Nederland nog het meest voorop lopen. Als je ziet dat wij samenwerken met de dopingautoriteit, andere experts en met een vragenlijst hebben gewerkt. We zijn daarin heel ver. Het is bijna onmogelijk om meer te doen en het wordt ook nog eens allemaal duidelijk gecommuniceerd."

Ram: "Vanuit de teams gezien is het misschien wel de belangrijkste stap dat ze het lef hebben om zich transparant op te stellen. Dat gaat natuurlijk heel ver en levert verschrikkelijk veel informatie op. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Wij proberen ervoor te zorgen dat de ploegen de handen vrij houden, maar het is alleen maar beter voor het beeld van een renner om zoveel bloedwaardes te hebben. Dat is winst, al kunnen we zeggen dat in zijn geheel de wielrennerij tien jaar te laat is. Blijkbaar heeft de Armstrong-zaak dan toch zo veel impact gehad dat het toen is begonnen. Eigenlijk was dat het jaar nul en vanaf dat moment tellen we weer. Nu is er toch heel veel ondernomen, maar de sponsorproblematiek blijft groot. Ze moeten een schoon imago hebben."

Kloosterhuis: "Ik vind eerlijk gezegd dat ploegen moeten proberen te voorkomen dat ze die actie ondernemen. Bij het aantrekken van een renner moeten ze een risicoprofiel maken. Dat is belangrijker dan het in actie komen als de bloedwaarden niet goed zijn. Dan ben je eigenlijk al te laat. Dat komt ook door het puntensysteem, dan zijn ploegen toch eerder geneigd risico's met een renner te nemen die punten scoort voor de World Tour."

Is het conrolesysteem betrouwbaar genoeg?
Spekenbrink: "Het is belangrijk dat ook de lagere categorieën gecontroleerd worden voor de eer naar de ene gaat en het sponsorgeld naar de ander. Schoon rijden moet beloond worden en ook de jongeren verdienen controles. Begeleiders en renners moeten daar echt weten dat het niet kan. We moeten ervoor waken dat we nu denken: er is even geen schandaal en we gaan aan ons eigen belang denken. Het moet schoon blijven. Het moet niet even rustig zijn en dan begint de hele poppenkast weer van voren. Het is stil om een goede reden, maar we moeten niet weer in de valkuil stappen."

"Er moet meer geld komen voor controles, op urine en op veel meer nieuwe middelen. Het volume van controles moet in mijn ogen nog steeds echt omhoog. Het is ook in het belang van de ploegen dat de kans op detectie veel groter is. Wij kunnen geen garanties geven, er moeten zo veel mogelijk indicatoren zijn. Een mens kan in een situatie komen dat hij toch overstag gaat. Zoveel controles is misschien niet leuk, maar het is een erfenis om de sport nog verder te laten gloreren. Natuurlijk worden renners die goed presteren en minder schommelingen vaker getest. Dan gaan renners kansberekening doen."

Plugge: "We willen als World Tour-ploegen om de pro-continentale teams hetzelfde laten controleren. Dan rijdt Vini Fantini straks in de Giro om ons World Tour-feestje te verstoren. Dat is een heel ander regime en ondertussen mogen ze wel meerijden, zeker een punt van zorg. Nu het economisch niet zo goed gaat met de ploegen, gaan mensen vanzelf wel met maatregelen komen. Door het bloedpaspoort lopen mensen ook sneller tegen de lamp. De ploegen betalen er aan mee, dat maakt het een goed systeem."

Ram: "Eén van de problemen is dat er dingen zijn die buiten het verbod vallen. Over xenon is een discussie. Ik verwacht dat het snel aan de lijst wordt toegevoegd. Het is een goede ontwikkeling dat we naar het longitudinaal meten gaan, de termijn gaat naar tien jaar. Al die dopingcontroles zijn hartstikke duur, elke organisatie kan niet meer dan elke euro één keer uitgeven. Investeren in het oplossen van problemen levert meer op. Het is wel zorgwekkend dat het aantal controles in Nederland terugloopt. Ik ben benieuwd hoe de situatie er aan het einde van dit jaar voor zal staan. Aanvullend op de controles van de UCI doen wij er ongeveer 250 in Nederland. Dat is veel als je je concentreert op een kleine groep."

Kloosterhuis: "De controles zijn betrouwbaar op de middelen die je via die controles kan vinden. Dat betekent dat je niet alles kunt vinden, zeker als je niet weet waar je naar moet zoeken. Er is altijd een voorsprong. Het is altijd reactief. Daarom denk ik dat het altijd zal blijven gebeuren. Wat ingewikkeld wordt is zodra de renners zeggen dat ze niet goed gecontroleerd worden. Dat is de wereld op zijn kop. Wij willen eerlijke strijd zien. Er staat een enorm goede generatie aan te komen die van dit hele fenomeen nauwelijks iets begrijpt. Ik hoop dat die jongens de ruimte en de mogelijkheden krijgen om van deze geweldige sport hun werk proberen te maken."

Lees ook deel 2 van het interview waarin de vier betrokkenen ingaan op de rol van de UCI, Lance Armstrong en de KNWU.