APELDOORN - De KNWU reist eind februari met een kleinere selectie af naar het wereldkampioenschap op de baan in het Wit-Russische Minsk.

Alleen als er mondiaal een reële kans is op een klassering bij de eerste acht, zullen er renners worden afgevaardigd door de wielrenunie.

Dat meldde technisch directeur Thorwald Veneberg van de KNWU donderdag op de eerste dag van de Nederlandse kampioenschappen baanwielrennen.

De maatregel is een gevolg van de beslissing van NOC*NSF om de baansectie van de wielerbond jaarlijks niet 600.000 euro, maar nog maar 350.000 euro toe te kennen. Daardoor zal onder meer de achtervolgingsploeg van 20 tot en met 24 februari ontbreken op de mondiale titelstrijd in Minsk.

Volgens Veneberg moet eerst gebouwd worden aan een nieuw kwartet voor de achtervolging. ''Zolang we niet een viertal hebben dat onder de vier minuten kan rijden op een internationaal toernooi, hebben we op een evenement als het WK niets te zoeken.''

Competitie

De KNWU wil wel met andere Europese bonden een competitie opzetten waarin jonge renners de kans krijgen zich verder te ontwikkelen.

''Als ze zich door deze onderlinge strijd verbeteren, komen zij in beeld voor het hoogste platform'', zei Veneberg.

''Onze kansen op de korte termijn liggen bij de sprint bij de mannen en de tactische duuronderdelen, zoals puntenkoers, scratch en koppelkoers. In de toekomst hopen we ook op de ploegachtervolging weer mee te doen om de prijzen.''