HOOFDDORP - Koen de Kort, een van de betere Nederlandse renners tijdens de afgelopen WK, begrijpt de kritiek van Leo van Vliet, de wielerbondscoach die vindt dat de renners van de Rabobank te veel in de watten worden gelegd. 

Door Nando Boers

Ook Niki Terpstra van Omega-Pharma-QuickStep onderstreept tegenover NUsport de woorden van de bondscoach.

“Ik herken me in de door Van Vliet geuite kritiek”, zegt De Kort, in het dagelijks leven in dienst bij Argos-Shimano.

“Die vijf van Rabobank deden inderdaad moeilijker. Er was inderdaad een verschil. Maar ja, of het komt omdat het andere type jongens zijn of dat het komt omdat ze voor Rabobank rijden, dat is moeilijk te zeggen.”

De Kort, die onder meer voor Astana reed nadat hij de opleidingsploeg van Rabobank verliet, weet dat bij Rabobank alles altijd ‘top’ is geregeld. “En ergens anders is het soms wel eens iets minder”, zegt De Kort.

“Daarmee moet je kunnen omgaan. En dat is het geval bij de Nederlandse ploeg. Maar pick your fights, weet wanneer het zin heeft ergens over te klagen en wanneer niet.”

Harde hand

Of het verschil in houding tussen de Raborenners en de rest te verklaren is door het gebrek aan een ‘harde hand’ bij Rabobank, zoals Van Vliet stelt, dat betwijfelt De Kort, de nummer zestien van het WK. “Dat is niet van deze tijd. Dat is niet de uitweg, volgens mij. Een coach moet inzicht geven in wat realistisch is en wat niet.”

Terpstra, een van de speerpunten van de Belgische ploeg Omega Pharma Quick-Step, vindt het lastig om te oordelen over de ploeggenoten waarmee hij waarschijnlijk nog een paar WK’s zal rijden, maar hij stelt uiteindelijk dat hij wel ‘snapt’ wat de bondscoach bedoelt.

“Maar verder ben ik er niet zo mee bezig”, zegt de nummer 66 van het WK. “Ik moet zegen: als ik naar mezelf in de spiegel zou moeten kijken zou ik mezelf misschien ook een zeur vinden.”