CAPELLE AAN DEN IJSSEL - De Nederlandse Dopingautoriteit heeft vorig jaar 2593 controles uitgevoerd, waarvan 518 in opdracht van (meestal) een internationale sportbond.

Over de overige 2075 urinetests had de Dopingautoriteit zelf de regie. Dat laboratoriumonderzoek leidde in 23 gevallen tot aangifte wegens het gebruik van verboden stoffen.

Vijf keer werd melding gemaakt van een andere overtreding van de dopingregels. Dat betrof weigering of gebrekkige medewerking (vier keer) en het tot drie keer toe verkeerd invullen van de 'where-abouts' in anderhalf jaar tijd (één).

Het totaal van 28 aangiften (23 mannen, vijf vrouwen) is een toename in vergelijking met 2010 (23), toen bovendien meer sporters (of vaker) een bezoek kregen van de dopingcontroleurs. Vier Nederlandse tuchtzaken waren overigens te 'danken' aan het werk van Vlaamse collega's.

Cannabis

In de positieve plassen werden sporen van stimulerende middelen het vaakst aangetroffen, negen keer. In acht gevallen ging het om cannabis. Twee sporters werden betrapt op anabolica, één op epo.

Wielrennen was met vier zondaren de 'topscorer'. Atletiek, zwemmen, roeien en judo betreurden één geval. Onder meer voetbal en schaatsen werden clean bevonden.

Vooral de spierversterkende producten waren in 2011 minder populair. Een jaar eerder werden daarop nog negen atleten betrapt.

Anabole

De analisten vonden, zoals gebruikelijk, in veel meer urinestalen (110) sporen van één of meer dopinggeduide stoffen, vaak met een anabole werking.

Vervolgonderzoek wees meestal uit dat er geen sprake was van toediening van buitenaf, maar van lichaamseigen factoren of van medische dispensatie.

Voor een vijftal wel aangebrachte positieve gevallen in 2011 werd naderhand nog een attest afgegeven door de behandelend arts.