AMSTERDAM - De Europese regelgeving aangaande de controle op clenbuterol bij runderen en ander vee hielp Alberto Contador mede aan zijn vrijspraak, zo stelt zijn advocaat Andy Ramos.

“We hebben aannemelijk gemaakt dat de veterinaire controles niet onfeilbaar zijn”, zegt de raadsman tegen Cyclingnews.

“Volgens de norm van de Europese Unie uit 1996 hoeft maar 0,25 procent van het vee te worden getest op clenbuterol, 99,75 procent dus niet.”

Rentree

Contador maakte vorige week, 205 dagen na z'n laatste koers, zijn rentree in de Ronde van de Algarve nadat de Spaanse wielerfederatie hem had vrijgesproken van dopinggebruik in de jongste editie van de Tour de France.

De internationale wielerunie UCI en het wereldantidopingagentschap WADA kunnen nog beroep aantekenen bij het sporttribunaal CAS.

Volgens advocaat Ramos is artikel 296 van het antidopingreglement van de UCI eveneens cruciaal in de zaak.

“Daarin staat dat coureurs verantwoordelijk zijn voor de verboden middelen in hun lijf. Maar ze worden in een clausule ontslagen van die verantwoordelijkheid als ze aan kunnen tonen dat er geen sprake was van te verwijten nalatigheid.”

Kalfshaasje

Ramos meldt ook dat de Baskische autoriteiten nog altijd geen zekerheid hebben over de herkomst van het kalfshaasje dat Contador nuttigde in de Tour de France.

Zeker is dat het vlees werd aangeschaft door Jose Luis Lopez Cerron, een vriend van de kok van Contadors toenmalige ploeg Astana. Cerron laakte de kwaliteit van het eten in het hotel waar het team op 20 juli 2010 verbleef.

De Spaanse vleesproducenten noemen het overigens absolute nonsens dat vee wordt ingespoten met verboden stoffen. Volgens brancheorganisatie Asoprovac leverde geen van de veertienduizend controles op vlees vorig jaar een positief resultaat op.